Europa veranderde recent - en vrij onverwacht - in één van de belangrijkste slagvelden waarop voor- en tegenstanders van Erdogan over een nieuwe grondwet bakkeleiden. Die werd vorige zondag uiteindelijk met een nipte meerderheid door het Turkse volk goedgekeurd. De troepen van de nieuwe sultan probeerden fysiek het terrein te bezetten om de Turkse diaspora voor hun zaak te winnen. Dat was echter zonder het verzet van de Duitse, Nederlandse en Belgische overheid gerekend. Verkiezingsmeetings die werden verboden en AKP-regeringsleden aan wie de toegang tot het grondgebied werd geweigerd, veroorzaakten een diplomatieke crisis tussen Turkije en Europa zonder weerga, maar temperden geenszins het enthousiasme van de Turkse gemeenschap in België. Die schaarde zich massaal achter Erdogan en zijn visie op een nieuw Turkije. De spanning is vandaag overal voelbaar, in de Dorpsstraat als in de Wetstraat.

Delen

'Erdogans jacht op stemmen van de diaspora: onze realiteitstoets voor vrijheid'

De gebeurtenissen doen de vraag rijzen in hoeverre de dubbele nationaliteit een relevant gegeven is en of het wenselijk is om dit systeem tot de voornaamste diasporagemeenschappen in onze landen uit te breiden. Tal van politieke verantwoordelijken spraken zich de jongste weken voor een afschaffing uit en pleitten voor een terugkeer naar het 'keuzemodel' dat lange tijd de regel was. We zagen dit al tijdens de campagne in Duitsland en Nederland gebeuren en sinds maandag wordt het debat ook bij ons gevoerd. De massale steun (bijna 75%!) van de Belgische Turken voor de autoritaire koers van Erdogan betekent volgens heel wat het failliet van ons integratiemodel. De stopzetting van ons beleid inzake dubbele nationaliteit is naar hun mening het logische antwoord hierop.

Het is begrijpelijk dat de hele toestand voor onbehagen zorgt. De aangedragen oplossing lijkt echter niet minder simplistisch en gevaarlijk. Een al te sterk op assimilatie gericht beleid dreigt meer kwaad dan goed te doen: het vertraagt de sociale en politieke integratie, en vergroot de polarisatie tussen de verschillende gemeenschappen op ons grondgebied en zelfs binnen deze gemeenschappen. De dubbele nationaliteit (in combinatie met de permanente verblijfsvergunning) is een verworvenheid die in deze tijden van globalisering, mobiliteit en meervoudige identiteiten (en loyaliteiten) beschermd moet worden. Alleen al het idee dat onze overheden proberen om het stemgedrag van mensen met dubbele nationaliteit te sturen en eventueel te bestraffen (en dus te beïnvloeden), is vanuit democratisch oogpunt ronduit onaanvaardbaar. Daar staat tegenover dat onze Europese staten zich best wel wat assertiever en ambitieuzer mogen en moeten opstellen bij het verdedigen en promoten van de grondbeginselen van ons sociaal en grondwettelijk bestel: het pluralisme, de gelijkheid en de rechtsstaat.

Op louter electoraal vlak vereist dit een strenge omkadering van de campagneactiviteiten die buitenlandse politieke actoren op ons grondgebied wensen te organiseren om hun uitgeweken gemeenschappen te bereiken. In principe moet het vrijheidsideaal daarbij primeren: onze Europese staten moeten mensen met dubbele nationaliteit en een permanente verblijfsvergunning garanderen dat zij hun stemrecht kunnen blijven uitoefenen binnen de nationale gemeenschap waaruit ze afkomstig zijn. Zo moet hen bijvoorbeeld de vrije toegang tot verkiezingsinformatie worden gegarandeerd, eventueel via politici die in de diasporagemeenschap campagne voeren. Gezien de soevereiniteit van de Europese staten moet het echter mogelijk blijven om bij dit principe enkele belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Uiteraard denken we daarbij aan de bescherming van de openbare orde en de publieke veiligheid.

Delen

'Wanneer buitenlandse politieke gezagsdragers ideeën en politieke projecten komen verspreiden en aanprijzen die flagrant in strijd zijn met de grondbeginselen van het eigen sociaal en grondwettelijk bestel, lijkt het helemaal begrijpelijk dat een Europese staat hier paal en perk aan wil stellen.'

Dat een staat liever geen buitenlandse verkiezingsstrijd importeert, lijkt een kwestie van gezond verstand. Wanneer buitenlandse politieke gezagsdragers ideeën en politieke projecten komen verspreiden en aanprijzen die flagrant in strijd zijn met de grondbeginselen van het eigen sociaal en grondwettelijk bestel, lijkt het helemaal begrijpelijk dat een Europese staat hier paal en perk aan wil stellen. De bescherming en bevestiging van de politieke eenheid van de nationale gemeenschap lijken ons die prijs waard. In die zin lijkt het een reddende ingeving te zijn geweest dat verscheidene Europese staten beslisten om zich op veilige afstand te houden van Erdogans handlangers die de nieuwe Turkse grondwet aan de diaspora in Europa moesten zien te verkopen, en van zijn talloze aanvallen op onder meer de scheiding der machten, de rechtstaat en het pluralisme op het vlak van godsdiensten, media en burgerschap.

Meer in het algemeen moet deze toestand onze staten ertoe aanzetten om zich ambitieuzer en proactiever op te stellen wanneer het gaat om het verspreiden en promoten van de waarden en principes die aan de basis liggen van het Europees sociaal en grondwettelijk bestel. Bijkomende aandacht voor burgerschapseducatie in ons onderwijs, een burgerdienst voor de jeugd, de herstructurering van het inburgeringsparcours voor nieuwkomers, ... stuk voor stuk zijn het initiatieven die daaraan kunnen bijdragen.

De aanwezigheid van mensen van diverse origine is een troef voor Europa. Hun goede integratie binnen onze sociale structuren impliceert dat onze staten een actief beleid voeren inzake het erkennen en beheren van de verschillen. Dit beleid veronderstelt in de eerste plaats dat een kader wordt geschapen waarbinnen de hier gevestigde diasporagemeenschappen zich cultureel, religieus en ook politiek kunnen ontplooien. Het impliceert echter ook dat bepaalde rode lijnen worden getrokken en dat een bepaald concept van samenleven actief wordt gepromoot. Dit is de prijs die we moeten betalen voor het behoud van de eenheid van de nationale gemeenschap en voor een inclusieve samenleving.

Paul Dermine is advocaat, doctorandus Europees recht aan de Universiteit van Maastricht en lid van de Vrijdaggroep. Die organiseert op 12 mei in Brussel een conferentie over de toenemende polarisatie in het publieke debat. Wie meer informatie wil of zich (gratis) wenst in te inschrijven, kan terecht op www.vrijdaggroep.be