Op 17 oktober - Werelddag van Verzet tegen Armoede - zet het Netwerk tegen Armoede dit jaar het thema gezondheid in de kijker. Terecht, want jammer genoeg kennen we ook in België een grote gezondheidskloof; hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op ziekte, op invaliditeit en op sterfte, en hoe lager de gezonde levensverwachting. Deze gezondheidskloof is in essentie een socio-economische kloof. De grote verschillen in gezondheid en in levensverwachting hebben hun oorzaak in onze maatschappelijke structuren. Die structuren creëren armoede en ongelijkheid en die hebben op hun beurt een nefaste impact op de gezondheid. Als we er iets willen aan doen weten we wat ons te doen staat.

Delen

'Gezondheid verdraagt geen uitstel'

En het is onze plicht er iets aan te doen. Argumenten om de gezondheidskloof aan te pakken vinden we zowel op ethisch, economisch als maatschappelijk gebied. Mag sociale status een rol spelen in het aantal gezonde levensjaren die mensen nog voor de boeg hebben? Willen we een samenleving waarin een volledig gebit met tanden netjes op een rij enkel is weggelegd voor mensen die tandzorg kunnen betalen?

Slagen we voldoende in ziektepreventie als een vrouw zich wel gratis kan laten screenen op borstkanker, maar door de ziekte in armoede terecht komt? Hopelijk vindt ook u van niet. Ook de internationale verklaring voor de rechten van de mens vindt van niet. Artikel 25 stipuleert dat elke mens recht heeft op een goede gezondheidszorg. En we hebben ook economische argumenten mee: elke euro die men investeert in gezondheidszorg levert op termijn twee euro op voor de economie. Alleen in onderwijs is dit zogenaamde 'multiplicatoreffect' groter. Als we de gezondheidskloof kunnen dichten, dan zou de welvaart stijgen met 1,4 procent.

Om die gezondheidskloof te verkleinen hebben we een socio-economische aanpak nodig met een focus op inkomen en het verkleinen van de ongelijkheid daarin. Het meeste werk situeert zich dus buiten de sector van gezondheid. Een waardig bestaansinkomen is geen vangnet zoals sommigen denken maar een manier om actief uit armoede te geraken. Om dat te kunnen financieren zouden inkomsten uit vermogens volgens eenzelfde logica als inkomsten uit arbeid moeten belast worden: hoe groter dat inkomen hoe groter de procentuele belasting.

Maar ook verbeteringen in ons gezondheidszorgsysteem kunnen een bijdrage leveren. Hieronder enkele voorstellen waarin zowel vanuit de ervaringskennis van mensen in armoede als vanuit gezondheidseconomisch perspectief muziek in zit. Het is slechts een greep uit wat er moet verbeteren, maar het geeft de richting aan van de stappen die nodig zijn.

Noodzakelijke zorg zonder remgeld

Een goed gezondheidssysteem moet kwaliteitsvolle en betaalbare gezondheidszorg garanderen voor iedereen. Toch moeten heel wat mensen gezondheidszorg uitstellen omwille van financiële redenen (het zogenaamde remgeld ligt te hoog voor hen), of zorgt ziekte ervoor dat mensen met hoge kosten geconfronteerd worden. Als algemene regel zou moeten gelden dat noodzakelijke zorg niet met remgeld gepaard gaat. De grote groei aan verzekeringen (voor tandzorg, voor hospitalisatie,...) holt onze verplichte ziekteverkering uit en werken deconventionering (artsen die de conventie met de ziekenfondsen niet volgen) en het aanrekenen van supplementen in de hand. Hier is dringend een regulering van zowel de private verzekering als van de supplementen nodig. Heel wat mensen (volgens de recente vrt enquête 1 op 4) worden in hun leven geconfronteerd met geestelijke gezondheidsproblemen. De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg kampen met wachtlijsten en de kost in de private sector is hoog. Door geestelijke gezondheidszorg ook in de eerstelijn beter uit te bouwen, zou men sneller en kosteneffectiever kunnen inspelen op de noden.

Huisartspraktijken tenslotte moeten financieel zodanig omkaderd worden dat ze al hun patiënten beter kunnen opvolgen en ondersteunen onder andere voor wat betreft gezondheidspromotie en ziektepreventie. Dat huisartsenpraktijken - ook voor mensen in armoede - voldoende toegankelijk moeten zijn, spreekt voor zich. Enkel zo kunnen we van eerstelijnsgezondheidszorg ook de logische eerste stap in gezondheidszorg maken.

Met deze maatregelen zou onze verplichte ziekteverzekering opnieuw betere resultaten kunnen neerzetten inzake kwaliteit van zorg, solidariteit (met dezelfde kwaliteit voor iedereen) en duurzaamheid.

Frederic Vanhauwaert, algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede

Lieven Annemans, Professor Gezondheidseconomie UGent