Wie internationale bescherming zoekt, heeft recht op menswaardige opvang. Mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en vervolging opvangen en op weg helpen naar een nieuwe toekomst is een vak apart. Maar in ons land lijkt de gespecialiseerde opvang van asielzoekers langzaamaan een schaars goed te worden.

Delen

Het is hoog tijd dat de federale overheid de oogkleppen van dalende asielcijfers afzet.

De federale regering ziet het aantal mensen dat erin slaagt op eigen houtje naar ons land te komen om bescherming te zoeken teruglopen en beschouwt dat als voldoende reden om het Belgisch netwerk aan opvangplaatsen fors af te bouwen. In 2016 besliste de regering om 22 miljoen te besparen bij Fedasil, het federaal agentschap dat de opvang van asielzoekers organiseert. Toen had België nog bijna 34.000 opvangplaatsen, begin dit jaar heeft ons land nog een goeie 23.000 opvangplaatsen. Tegen eind 2018 zou het aantal plaatsen krimpen tot minder dan 17.000.

Ondertussen in de wereld

Het idee dat ons land minder opvangplaatsen nodig zou hebben, botst met de berichten die we dagelijks kunnen lezen. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) meldde op 31 mei dat er wereldwijd 25,4 miljoen mensen op de vlucht zijn buiten hun land van herkomst. Net buiten de grenzen van Europa zitten tienduizenden mensen al maandenlang vast in de hoop hier ooit een toekomst op te kunnen bouwen. Onder hen heel wat kwetsbare kinderen, vrouwen en mannen die dringend bescherming zouden moeten kunnen vragen. In Spanje, Italië en Griekenland wachten nog eens duizenden asielzoekers tot de Europese Unie (EU) werkt maakt van solidaire spreidingsplannen en hen laat verhuizen binnen de EU.

De brandhaarden die mensen doen vluchten, koelen ondertussen allerminst af. Recent deden gevechten in het zuiden van Syrië opnieuw 120.000 mensen op de vlucht slaan. Voorzichtigheid is gepast. Het valt allerminst uit te sluiten dat het aantal spontane aankomsten in ons land opnieuw zal toenemen. Vandaag snoeien in opvangplaatsen betekent morgen kampen met een nieuwe 'opvangcrisis'. En wat zegt de afbouw van opvangplaatsen over het Belgische engagement tegenover de Verenigde Naties (VN)? De VN heeft België en de andere Europese landen namelijk al herhaaldelijk opgeroepen om méér verantwoordelijkheid te nemen in de wereldwijde respons op mensen die bescherming verdienen. Als België meer veilige, legale vluchtwegen wil openen, dan zal ons land een netwerk aan goede opvangplaatsen nodig hebben.

(On)vrijwillig lokaal netwerk afbouwen

Zelfs wanneer we de blik richten op de huidige noden op het terrein, komt het gesnoei in opvangplaatsen weinig doordacht over. De regering streeft een 60/40-verhouding na tussen opvangplaatsen in grote centra en opvangplaatsen in lokale woningen. Daarom zal ze dit jaar 2.854 plaatsen schrappen in de grote opvangcentra (collectieve opvang) en 4.000 plaatsen in zogenaamde lokale opvanginitiatieven (LOI's). Is dat een 'logische' verdeling? Niet als we vooropstellen dat nieuwkomers zich vlot integreren, snel Nederlands kunnen en snel een job vinden. Want het zijn net de LOI's die de meeste troeven in handen hebben om mensen te laten integreren van zodra hun asielaanvraag loopt.

Is het een evolutie waar de lokale besturen achter staan? Vandaag organiseren 518 van de 589 gemeenten in België lokale opvang voor asielzoekers in gemeubelde woningen, beheerd door het OCMW met steun van Fedasil. In aanloop naar de besparingen in de opvang heeft Fedasil alle gemeenten met een LOI bevraagd. De talrijke reacties van teleurgestelde OCMW-medewerkers en boze lokale vrijwilligers over de beslissing waar LOI-plaatsen moeten verdwijnen, tonen dat de regering die bevraging niet ernstig neemt. Alle opportuniteiten om integratienoden te lenigen ten spijt, staat bijna de helft van de LOI's voor een afbouw van (meer dan) 50%.

Delen

Pas erkende vluchtelingen hebben het vaak moeilijk om binnen de korte tijd die ze krijgen, een degelijke woning te vinden. Daarom is er nood aan doorstroomwoningen.

Dat de gemeenten 'vrijwillig' meewerken aan de besparing in de LOI's zoals politiek wordt voorgesteld, is alleszins kort door de bocht. De beslissing voor afbouw van opvangplaatsen wordt immers voor een zoveelste keer op rij doorgedrukt zonder het opvangmodel te evalueren op basis van objectieve criteria, en zonder naar het verdere traject van vluchtelingen in de samenleving te kijken.

Nood aan politieke wil én creativiteit

Vooral in de lokale opvanginitiatieven maar ook in de grote opvangcentra betekent drastisch besparen een groot verlies aan expertise over kwalitatieve asielopvang en de integratie van nieuwkomers, Het is hoog tijd dat de federale overheid de oogkleppen van dalende asielcijfers afzet en opvang plant volgens de reële te verwachten beschermingsnoden. Daarnaast wil Vluchtelingenwerk Vlaanderen voorstellen dat de federale overheid de gemeenten zou ondersteunen om de functie van de huidige LOI-woningen te verbreden. Pas erkende vluchtelingen hebben het vaak moeilijk om binnen de korte tijd die ze krijgen, een degelijke woning te vinden. Daarom is er nood aan doorstroomwoningen. Voor heel wat vluchtelingen begint hun nieuw leven pas echt wanneer ze herenigd zijn met familieleden. Tijdelijke woningen voor doelgroepen zoals pas herenigde vluchtelingengezinnen of voor vluchtelingen die nog wachten op hun gezin kunnen een groot verschil maken op het terrein. Laat de gemeenten met LOI-woningen soepel inspelen op dergelijke dringende woonnoden.

We willen een opvangbeleid dat voorbijgaat aan abstracte cijfermatige evenwichten, vertrekt van een grondige evaluatie van de noden en het aanbod op het terrein en creativiteit aan de dag legt om de huidige situatie van 'leegstand' in ons waardevol opvangnetwerk om te zetten naar een versnelde integratie van vluchtelingen.