Het Antwerps college heeft vorige week beslist om alle lopende procedures inzake de projecten van sociaal werk met onmiddellijke ingang stop te zetten en als onbestaande te beschouwen. De beslissing van het college komt er na eerdere klachten over de vermarkting van het sociaal werk bij de gouverneur. Die schorste vorig jaar december de toekenning van daklozencentrum De Vaart aan het commercieel bedrijf G4S. Uit voorbehoud trekt het college nu ook alle lopende projecten vanuit de stad in. In totaal gaat het om twaalf projecten. Twaalf projecten waar heel wat spelers uit het middenveld dossiers hebben voorbereid en energie hebben gestoken om toch de projecten binnen te halen waar zij sowieso al op inzetten. Tijd die ze veel liever in hun doelgroep zouden steken in plaats van in een harde concurrentiestrijd.

Delen

'Nadruk op commercialisering zet sociale organisaties tegen elkaar op'

Al talloze keren hebben wij met Groen gevraagd om de vermarkting van het sociaal werk te stoppen. Het college van N-VA, CD&V en Open VLD bleef daar potdoof voor en wilde kost wat kost verder zeten. Dit zorgde ervoor dat er heel wat personeelsleden in het sociaal werk in opzeg werden geplaatst en dat er heel wat onduidelijk was over wat de toekomst zou brengen. Dit zowel voor Antwerpse organisaties als voor de doelgroep. Het was immers hoogst onzeker wat er van aanbod nog zou overschieten en waar zij in de toekomst terecht zouden kunnen. Die onzekerheid wordt nu nog eens versterkt doordat het college erg laat beslist om juridische reden de procedures stop te zetten. De vertrouwensbreuk tussen de stad en het middenveld is compleet. Het geklungel van N-VA in dit dossier is groot. En het zijn de mensen die in een maatschappelijk kwetsbare situatie leven die hier de dupe van worden.

Schepen Fons Duchateau (N-VA) wou koste wat het kost bewijzen dat ook commerciële partners sociale opdrachten van de stad konden uitvoeren. Hij verloor hierdoor enkele essentiële procedureregels uit het oog. Zo werd hij eind vorig jaar, naar aanleiding van het dossier rond daklozencentrum De Vaart, al teruggefloten door de gouverneur. Het is namelijk niet het managementteam van het OCMW - lees: Duchateau zelf - dat de bevoegdheid heeft om beslissingen te nemen over de criteria waaraan partners die meedingen naar sociale projecten moeten voldoen. Om democratisch te zijn, moeten zo'n beslissingen worden genomen door de OCMW-raad. Na de uitspraak trok het OCMW trouwens nog vijf andere projectoproepen in. Ook de stad beseft nu dat ze procedureel over een slappe koord wandelt. Vandaar dat nu alle projectoproepen worden ingetrokken.

Het zijn in de eerste plaats de mensen in een kwetsbare positie die het slachtoffer zijn van de onzekerheid waarin de sector nu al verscheidene maanden verkeert. Zij hebben nood aan een langdurige, persoonlijke en intensieve begeleiding. Vertrouwen en een stabiele omgeving zijn hierin cruciaal. Ook de hulpverleners kreunen onder de onzekerheid. Verschillende onder hen hebben hun job opgegeven of zijn in vooropzeg geplaatst bij hun huidige werkgever.

Stop met vermarktingsoperatie

De vermarktingsoperatie staat symbool voor puur wanbeleid en pestgedrag ten aanzien van een te kritisch middenveld. Want dit had makkelijk vermeden kunnen worden als de stad de signalen vanuit de sociale sector ernstig had genomen. Daarom roep ik stad en OCMW nu op om deze beslissing aan te grijpen om definitief te stoppen met het hele vermarktingsproces. Onder meer kersvers schepen Caroline Bastiaens (CD&V), die de sector goed kent vanuit haar verleden bij Beweging.net heeft hierin een belangrijke rol. Zij heeft de kans om het haastige klungelwerk van N-VA om ideologische redenen bij te sturen en het vertrouwen tussen stad en sociaal middenveld te herstellen.

In een stad die kampt met een groot aantal mensen die in armoede leven, hebben we een sterk sociaal beleid nodig dat de sociale grondrechten van iedereen kan garanderen. Een beleid dat inzet op vertrouwensbanden en structurele oplossingen. Een beleid dat organisaties met heel veel knowhow rond armoede ziet als partners in die strijd. Daarom moet de stad gaan samen zitten met elke partner die kan en wilt bijdragen aan dit sociaal beleid. Dit partnerschapsmodel is de enige manier om samen verder te bouwen aan een stad waarin ongelijkheid geen plaats heeft en waarin iedere inwoner kansen krijgt en op een menswaardige manier wordt geholpen.

Het is hoog tijd dat de N-VA zijn fetisj van commercialisering loslaat. Dit brengt immers alleen maar onzekerheid op het terrein en zet sociale organisaties tegen elkaar op. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat het Antwerpse stadsbestuur het geweer van schouder verandert en samen met de sociale organisaties en in open dialoog een plan uitwerkt om meer en beter sociaal beleid in Antwerpen op de sporen te zetten. De intrekking van de lopende procedures is hier de ideale aanleiding voor. Want het is geen schande om een vergissing in te zien en deze recht te zetten.