Ook dit jaar brengt de kansarmoede-index van Kind en Gezin slecht nieuws: het risico op armoede bij 0 tot 3-jarigen stijgt verder. En dat al voor het 16de jaar op rij. Ondanks alle ronde tafels, regeerakkoorden, beleidsinitiatieven en zelfs staatshervormingen slagen we er in Vlaanderen maar niet in een fundamentele trendbreuk te creëren. Met zwartepieten veranderen we niks. We hebben geen schuldigen nodig, maar oplossingen. Nieuwe en misschien wel radicale oplossingen in de ogen van sommigen. Wij pleiten voor bruggen en centen, voor elk kind, moeder en gezin, in die volgorde.

Te beginnen met de kinderen. Hun kansen verhogen, gelijk welk inkomen hun ouders hebben, daarover gaat het. Dat vraagt zorgzekerheid op hun maat: opvolging van elk kind, juiste zorg en een stimulerende omgeving. De vroege kinderjaren - precies van 0 tot 3 jaar - zijn cruciaal voor de latere ontwikkeling. Dat (wetenschappelijk) inzicht deelt iedereen. Gek genoeg is er vandaag een kloof van jewelste tussen de intensieve opvolging van Kind en Gezin bij de geboorte en de eerste stappen in de kleuterschool.

Delen

Om kinderen uit de armoede te halen zijn centen en bruggen nodig.

We vinden het normaal dat een baby van nabij opgevolgd wordt het eerste jaar, maar daarna? Daarom zeggen wij: maak van kwaliteitsvolle, betaalbare kinderopvang een recht en stimuleer ouders om minstens enkele dagen per week hun kind naar de crèche te sturen. Ontwerp die crèche als een ontmoetingsplaats waar je aan bruggen bouwt tussen ouders, begeleiders en indien nodig, zorgverstrekkers. Dat dat een investering vergt in centen spreekt voor zich. Maar ook wie een economische logica verkiest boven een rechtenperspectief, kan gerust zijn: investeren in de vroege kindertijd verdien je als samenleving zo weer terug. Waar wachten we nog op?

Ten tweede, de mama. Hoe we het draaien of keren, haar maatschappelijke positie - opleiding, beroep en inkomen - is doorslaggevend voor de kansen van hun kinderen. En wat zien we? Vooral mama's met een migratieachtergrond scoren slecht op die drie indicatoren. Werk voor alle mama's moet dan ook deel zijn van een ambitieus kinderarmoedeplan. Uit analyse blijkt alvast dat de werkloosheid van mama's met een migratieachtergrond in de voorbije 10 jaar is gestegen, en nog het meest van al van de hoogopgeleide. Als werkgevers nu al honderduit klagen omdat ze vacatures niet ingevuld krijgen, wat houdt hen en de Vlaamse overheid dan tegen om werk te maken van werk voor alle mama's? Via opleiding en elders verworven competenties, met basisbanen in de gemeente of stad, door barrières zoals discriminatie weg te werken met praktijktesten, door voldoende kinderopvang te garanderen.

Dat gaat veel verder dan het huidige mantra van "jobs, jobs, jobs". Werk is immers pas een brug uit armoede als het werkbaar is en als er voldoende centen tegenover staan. Vandaag is dat allerminst het geval als je uitrekent hoeveel deeltijds werk opbrengt en hoeveel de kinderopvang kost. Die rekening hebben mama's - en hun partner - ook snel gemaakt. Werk, al dan niet deeltijds, moet dus een hefboom zijn naar een menswaardig gezinsinkomen én een gegarandeerde plek in de kinderopvang.

Tot slot is kinderarmoede een last om te dragen voor het hele gezin. En ook op het niveau van het gezin zijn centen een probleem. Facturen voor gezinnen namen toe, voor water, energie, openbaar vervoer, hoger onderwijs. Door gebrek aan voldoende sociale huisvesting betalen gezinnen een veel te hoge prijs voor vaak erg slechte huisvesting. Veel gezinnen die op een uitkering of een leefloon zijn aangewezen moeten het ondanks dure beloftes nog steeds met een inkomen onder de armoedegrens stellen. Gezinnen met het water aan de lippen dreigen de link met de samenleving te verliezen.

Nu geldt er vaak dubbel miserie. Ten eerste heeft niemand het overzicht van alle maatregelen. Ten tweede geraken ze niet bij de mensen die er recht op hebben. Om dat te vermijden zijn naast lagere facturen en hogere uitkeringen ook bruggenbouwers nodig. Vertrouwenspersonen per gezin zoals in het voorstel van Kortrijks OCMW-schepen van sociale zaken Philippe De Coene. Of buddy's zoals in het initiatief van schepen van Onderwijs Mohamed Ridouani in Leuven. Nauwe samenwerking tussen het OCMW en Kind&Gezin, zoals in Gent gebeurt op initiatief van OCMW voorzitter Rudy Coddens, om de meest kwetsbare gezinnen de ondersteuning te geven waarop ze recht hebben. Brugfiguren niet alleen in de kinderopvang en in scholen, maar ook in zelforganisaties of wijkcentra. Op plaatsen waar ze problemen écht kunnen detecteren en diegenen bereiken die anders onder de waterlijn blijven.

De steden en gemeenten zijn het best geplaatst om de kinderarmoede succesvol aan te pakken. Maar ze hebben de steun van de hogere overheden nodig. Alleen met een totaalprofiel van het gezin - de data hebben we, het is alleen een kwestie van ze samen te leggen en te monitoren - kunnen we samen met gezinnen onderzoeken waarop ze recht hebben. Dat kan gaan van toeleiding naar werk, over studiebeurzen tot goedkopere pampers of bijna gratis toegang tot sport en cultuur.

Samengevat: de noodzakelijke trendbreuk in de kansarmoede-index van Kind en Gezin zal er niet vanzelf komen. Ook volgend jaar niet als we zo voortdoen. Er is dringend nood aan beleid dat werkt, los van wie aan wat schuld heeft in het verleden. Een kinderarmoedeplan 2.0 dat focust op zorg en leren in de eerste drie levensjaren, werk voor alle mama's én vertrouwenspersonen voor het hele gezin kan de noodzakelijke ommekeer inluiden.

Willen we geen enkel kind nog achter laten in een welvarende regio als de onze, dan moeten we daarvoor de nodige centen voorzien en bruggen bouwen.

Astrid De Bruyckereis gemeenteraadslid voor SP.A in Gent.

Jan Cornillie is kandidaat voor SP.A in 2019.