Er werd de laatste weken en dagen opnieuw heel wat over de toekomst van onze landbouw- en tuinbouwsector gesproken en geschreven. Dit helaas zonder ons, jonge boeren die deze toekomst in handen hebben. We zagen een discussie vol tegenstellingen, verwijten en desinformatie ontstaan en besloten in onze pen te kruipen omdat het ook anders kan.

Diversiteit troef

Als jonge landbouwers kunnen we ons niet vinden in één ideaal Vlaams landbouwmodel wanneer er gesproken wordt over de landbouw van de toekomst. In tegenstelling tot anderen, wensen wij de opdeling in verschillende kampen niet, laat staan de tegenstelling. We pleiten ervoor om te spreken over groot én klein, bio én gangbaar, lokaal én breed. Diversiteit is de toekomst van onze samenleving, waarom dan niet van onze land- en tuinbouw?

Delen

'Waarom zou een landbouwer niet gebaat zijn bij goede inzichten in management?'

Aan de start van onze carrière ervaren we als jonge landbouwer elke dag opnieuw dat elk landbouwbedrijf anders is en dat de opdeling 'industrieel, grootschalig, vervuilend en gangbaar' versus 'kleinschalig, duurzaam en biologisch' niet bestaat. We kennen bio-landbouwers die tientallen hectaren bewerken en gangbare landbouwers die slechts enkele hectaren bewerken, bio-landbouwers die aan supermarkten leveren en gangbare landbouwers die enkel lokaal verkopen, ... Binnen deze diversiteit zien we meer gelijkenissen dan verschillen tussen onze landbouwbedrijven, we zijn allemaal boeren met een hart voor onze stiel en de problemen waar we tegenaanlopen zijn erg gelijkend!

Dirk Draulans vroeg zich in Knack (10/05) af of het inzetten op management in landbouwopleidingen niet zal zorgen voor een evolutie naar grotere bedrijven ten koste van de familiale ondernemingen. Het verbaast ons sterk dat het nut van managementopleidingen in de landbouwsector in vraag gesteld wordt. Elke ondernemer, groot én klein, heeft toch baat bij goede managementinzichten, waarom een landbouwer dan niet? Als jonge landbouwers pleiten we al jaren voor doorgedreven opleidingen en bijscholingen in onze sector en geloven we sterk in vooruitgang dankzij wetenschappelijk onderzoek en objectiviteit. We maken hierbij de kanttekening dat een klein bedrijf niet per definitie familiaal is en dat familiale bedrijven vaak op grotere schaal werken.

En nu?

Voor ons is het duidelijk dat de toekomst van onze sector er één is waar opleiding, risicobeheer, onderzoek en innovatie centraal staan. Een innovatiecultuur waar al onze bedrijven bij gebaat zijn, onafhankelijk van schaal, productiemethode of afzetmarkt. Hoe meer divers de sector, hoe weerbaarder onze globale voedselproductie is. We verwachten van de overheid een ondersteunde rol, waarbij ze haar verantwoordelijkheid neemt en ons niet gebruikt als pasmunt in geopolitieke strategieën. Van onszelf en de brede media verwachten we een communicatie die mens en maatschappij dichter brengt bij de basis van haar voedsel. Vertrekkend vanuit een realistische weergave, niet louter en alleen gebaseerd op nostalgie of ideologische voorkeur. De landbouw van morgen zal gedragen worden door een volledige generatie jonge land- en tuinbouwers die is opgegroeid met een slogan die we nog steeds in ons hart dragen: Geen toekomst zonder landbouw, geen landbouw zonder toekomst.

Sam Magnus en Jannes Maes zijn Ondervoorzitter en Internationaal vertegenwoordiger van Groene Kring, de vereniging van jonge land- en tuinbouwers.