We rijden met een stel Congolese vrienden door Kisangani, de stad aan de bocht van de Congostroom, zoals de Indiase Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul haar noemde. We passeren tientallen winkeltjes en terrasjes. De gebouwen glimmen in de tropenzon, overal weerklinkt vrolijke Congolese muziek. Auto's toeteren, op het centrale marktplein verdringen zich massa's mensen. De stad bruist. Wat een contrast met ons eerste bezoek in 2002. Een verloren stad, zo noemden de inwoners ze toen, nadat Rwanda en Uganda er een bloedige oorlog hadden uitgevochten. Grauw en vuil was ze. Het enige vervoersmiddel was de fietstaxi, de beroemde
...