Het bestaan en functioneren van de middenklasse ligt door de stijgende ongelijkheid onder vuur. De middenklasse in westerse democratieën is tegenwoordig veel minder omvangrijk en economisch zwakker ten opzichte van de rijken dan dertig jaar geleden.

In de Verenigde Staten, waar de verandering het ingrijpendst is geweest, kromp het aandeel van de middenklasse - gedefinieerd als de mensen met een besteedbaar inkomen rond de mediaan (exacter gezegd: tussen 25 procent onder en 25 procent boven de mediaan) - van een derde van de bevolking in 1979 naar 27 procent in 2010. Een vijfde van de leden van de middenklasse uit 1979 is met andere woorden verdwenen; de meeste ervan zijn naar beneden gevallen.

Tegelijkertijd is het gemiddelde inkomen van de middenklasse, dat 80 procent omvatte van het algemene gemiddelde inkomen in 1979, gedaald naar 77 procent van het gemiddelde in 2010. Het resultaat van de afname in relatieve aantallen en in het relatieve inkomen is een scherpe daling van de economische macht van de middenklasse. In 1979 waren zij goed voor 26 procent van het totale inkomen (of de totale consumptie); in 2010 was dat nog maar 21 procent.

Het verval van de middenklasse is niet tot de Verenigde Staten beperkt gebleven. Net als bij andere graadmeters die met ongelijkheid te maken hebben, zijn in de Verenigde Staten de veranderingen ingrijpender geweest dan elders in het Westen. Over dat land beschikken we bovendien over meer gegevens. Maar de Verenigde Staten vertonen nu eenmaal vaak in extremere vorm dezelfde veranderingen die zich in alle geavanceerde economieën voltrekken.

'De middenklasse wordt kleiner én zwakker'

© Spectrum

Grafiek 4.8 geeft de krimp van de middenklasse in een aantal westerse democratieën weer tussen de vroege jaren tachtig en 2010. In alle landen die hier staan weergegeven, en vermoedelijk in nagenoeg alle OESO-landen, is het aandeel van de middenklasse tegenwoordig kleiner dan vijfendertig jaar geleden. De grafiek laat een gering verschil zien tussen Noord-Europese landen (Duitsland, Nederland en Zweden), waar de afname kleiner was, en de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar ze groter was. Maar in alle gevallen hebben we te maken met hetzelfde verschijnsel: de middenklasse wordt uitgehold. De grafiek geeft tevens weer dat het middenklasse-aandeel van de Verenigde Staten - hoewel zij zichzelf beschouwen als een middenklassesamenleving - veel kleiner was dan dat van de Noord- Europese landen, zelfs begin jaren tachtig al.

De afname van de economische macht van de middenklasse betekent dat de goederen en diensten die ze consumeert (dat wil zeggen consumptiepatronen van de middenklasse) van minder belang worden voor producenten. Aan de hand van dezelfde gegevens voor grafiek 4.8 kunnen we ook het inkomens- (en dus ongeveer het consumptie-)aandeel van de middenklasse berekenen. We hebben gezien dat dit aandeel in de Verenigde Staten tussen de vroege jaren tachtig en 2010 daalde met ongeveer 5 procentpunten. Elders was de situatie echter niet veel anders: in Zweden, Australië en Nederland bedroeg de daling 4 procentpunten, in Spanje 3, en in Duitsland 1.

'De middenklasse wordt kleiner én zwakker'

© Spectrum

De keerzijde van het verval van de middenklasse is het groeiende inkomensaandeel van de bovenkant van de inkomensverdeling, afgebeeld in grafiek 4.9. De bovenste 5 procent in de Verenigde Staten heeft bijna evenveel inkomen als de gehele Amerikaanse middenklasse, in onze definitie ervan. (Tenzij anders aangegeven, hebben we het telkens over besteedbaar inkomen na belastingen.) Het aandeel van de bovenste 5 procent is overal toegenomen. Een interessant geval is Zweden, waar het aandeel van de middenklasse een zeer geringe krimp kende, maar waar de bovenste 5 procent veel rijker werd en zijn inkomensaandeel met 3 procentpunt zag stijgen.

De verschuiving in economische macht bij de middenklasse vandaan ten faveure van de top heeft gevolgen voor de algemene consumptiepatronen. De rijken consumeren meer luxegoederen dan de middenklasse, zoals dure auto's, vakanties, restaurantbezoek en sieraden. Dat betekent vervolgens dat producenten beter af zijn indien ze zich richten op goederen en diensten die door de rijken geconsumeerd worden.

'De middenklasse wordt kleiner én zwakker'

© Spectrum

De krimp en verminderde economische macht van de middenklasse heeft een aantal sociale en politieke gevolgen ontketend. Een van deze gevolgen is een afname van de steun voor de algemene financiering van sociale dienstverlening, in het bijzonder van onderwijs en gezondheidszorg. De rijken kiezen er vaker voor om niet mee te doen en om deze diensten privé te financieren (wat vaak in opkomende markteconomieën gebeurt, in de zekerheid dat ze van hogere kwaliteit zullen zijn). De tegenmacht van de middenklasse is niet langer sterk genoeg om de rijken te verplichten tot financiering van (en deelname aan) algemene gezondheidszorg en algemeen onderwijs.

In plaats van openbaar onderwijs te financieren, maken de rijken liever gebruik van algemene middelen om zichzelf te beveiligen, of wat Marx 'beschermingsarbeid' heeft genoemd. In een invloedrijk artikel hebben Bowles en Jayadev (2005) laten zien dat in de laatste drie decennia van de twintigste eeuw het arbeidspercentage op het gebied van particuliere en openbare beveiligingsdiensten en wapenfabricage in de Verenigde Staten drastisch is toegenomen. De aanwending van beschermingsarbeid was vergeleken met andere westerse landen in 1970 al het hoogste in de Verenigde Staten, toen 1,6 beveiligingsmedewerkers op 100 werknemers werkzaam waren, maar in 2000 was het omhooggegaan naar 2 procent. Bowles en Jayadev schatten dat in de Verenigde Staten meer dan 5 miljoen mensen binnen de beveiligingssector werkzaam zijn. Daarnaast betogen zij dat deze vorm van arbeid meer voorkomt in landen met meer ongelijkheid.

Wereldwijde ongelijkheid van Branko Milanovic is verschenen bij Spectrum en kost € 19,99.