In een brief aan Kamervoorzitter Arib maakt Dijsselbloem duidelijk dat hij in de volgende legislatuur niet zal zetelen in de Tweede Kamer. Hij zou naar eigen zeggen de "vuurkracht" ontbreken die de PVDA-fractie nodig heeft op de oppositiebanken. Dat schrijft De Volkskrant woensdag.

Dijsselbloem legt zijn Kamerlidmaatschap per 25 oktober neer, in de week waar het aantreden van het nieuwe kabinet wordt verwacht. "Ik verlaat daarmee de Nederlandse politiek. En dat valt me zwaar", staat in de brief te lezen. De PvdA'er maakt wel zijn mandaat af als voorzitter van de Eurogroep (tot medio januari). Over zijn verdere toekomstplannen laat hij zich niet uit in zijn brief aan de Kamervoorzitter.

De PVDA maakt na de ferme verkiezingsnederlaag van 15 maart geen deel uit van de nieuwe regering. De sociaaldemocraten gingen van 38 naar negen zetels. Er zal dus sterk oppositiewerk nodig zijn, wil de partij opnieuw aanknopen met electorale successen. Maar die rol ziet Dijsselbloem niet weggelegd voor zichzelf. "De Partij van de Arbeid, mijn partij, moet verder en heeft daarvoor negen kanonnen nodig. Ik ben nu tot de conclusie gekomen dat ik in deze rol, in deze fase, die vuurkracht niet heb."

Dijsselbloem zetelde sinds 2000 in de Tweede Kamer en was vanaf 2012 minister van Financiën. "Nederland doet het weer goed, we zitten in de kopgroep van Europa en de Eurozone is weer een motor van de wereldeconomie", zegt hij daarover. "Maar de grote stappen van de afgelopen jaren hebben ook hun sporen nagelaten. En de uitslag van 15 maart is de politieke prijs die daarvoor is betaald", aldus Dijsselbloem.