Een aantal opstanden in Iraanse steden, die uitbraken op 28 december, schokten het regime in Teheran en de rest van de wereld. Hoewel ze aanvankelijk waren georganiseerd door conservatieve tegenstanders van president Hassan Rouhani om zijn economisch beleid op de korrel te nemen, raakten de organisatoren de controle over de betogers kwijt. Die schreeuwden slogans als 'laat Syrië met rust, denk aan ons', en 'Dood aan Hezbollah'. De slogans waren niet alleen gericht tegen Rouhani maar tegen het hele Islamistische regime.

In de dagen daarop verspreidden de protesten zich naar tachtig steden. Daarbij kwamen 22 mensen om en werden meer dan duizend arrestaties verricht. Op 8 januari zei Rouhani in een reactie dat uit de betogingen blijkt dat Iraniërs niet alleen een sterkere economie willen, maar ook meer vrijheid.

Waarom de Iraanse protesten er deze keer wel toe doen

De overheid zegt dat ze de situatie nu onder controle heeft, maar dat doet niets af aan de significantie van de grootste demonstraties sinds 2009, toen miljoenen mensen op straat kwamen om te protesteren tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen. De regering trad toen hard op tegen de opstand, en twee kandidaten die de resultaten betwistten hebben nog steeds huisarrest.

Waarom kwamen opnieuw zoveel Iraniërs op straat en zullen deze betogingen een grotere impact hebben dan die van acht jaar geleden? Als iemand die het land al jarenlang van nabij volgt, geloof ik dat de verschillende belangrijke verschillen tussen de laatste betogingen en die van 2009 beide vragen kunnen beantwoorden.

Wat zit er achter de opstand?

Weinig verrassend was dat de conservatieve fractie binnen het regime snel de vijanden van Iran als schuldigen aanduidde, met name de VS, Israël en Saoedi-Arabië. Hervormingsgezinde politici voeren aan dat alles draait om economische verzuchtingen, zoals werkloosheid, ongelijkheid en corruptie.

Ze hebben zeker een punt. Hoewel de economie als geheel opnieuw groeit, en veel indicatoren terug op groen staan in de voorbije twee jaar, plukken niet alle Iraniërs daarvan de vruchten.

De economie groeide in 2016 met 13,4 procent nadat de financiële sancties werden opgeheven in het kader van het nucleaire akkoord met het Westen. Daardoor kon de olie- en gasproductie opgekrikt worden.

Andere sectoren groeiden echter maar met 3,3 procent, een duidelijk teken dat de economische heropleving de levenstandaard niet snel zichtbaar verbeterde. In veel economische sectoren blijft het reële inkomen zwak, en de huisvesting en bouw blijven in recessie.

Ook de werkloosheid blijft met 12 procent hoog, met name bij jonge universitairen. In kleine steden en afgelegen regio's is dat percentage nog veel hoger - en dat zijn vaak de plekken waar de protesten uitbraken.

De ayatolah heeft grote macht onder de Iraanse grondwet, en zelfs Rouhani heeft maar een beperkte mogelijkheid om belangrijke beleidslijnen te beïnvloeden, ook wat de economie betreft. Sommige aspecten zijn helemaal verboden terrein, zoals de Iraanse betrokkenheid in Syrië, Irak en Libanon. Die campagnes, die Iran miljarden dollars per jaar kosten, lijken minstens voor een deel de oorzaak van de woede van de demonstranten.

Belangrijke verschillen

Er zijn drie belangrijke verschillen tussen de laatste demonstraties en die van 2009.

In 2009 waren de eisen politiek. De hervormingsgezinde fractie binnen het heersende regime, die de resultaten van de presidentsverkiezingen betwistte, was de belangrijkste actor in die protesten.

Maar de huidige demonstraties hebben geen zichtbare politieke leider en lijken zich te richten op het hele regime, ook op de hervormingsgezinden. Dat blijkt nog het best uit een van de slogans die vaak wordt gescandeerd: 'Het is voorbij voor jullie allemaal'.

Een ander verschil is dat de protesten in 2009 zich concentreerden rond de hoofdstad Teheran en andere grote steden. Hoewel de recente demonstraties minder betogers op de been brachten, verspreidden ze zich over een veel groter deel van het land, inclusief veel kleinere steden die gebukt gaan onder grote werkloosheid en lage lonen.

De voornamelijk jonge betogers, onder wie zowel universitairen als laaggeschoolde arbeiders, zijn ook boos om de frequente berichten over corruptie of verrijking door ambtenaren en politici. Rivaliserende fracties binnen de heersende elite hebben elkaars corruptieschandalen met de regelmaat van de klok aan de kaak gesteld, en daarmee de delen van de bevolking die worstelen met armoede en werkloosheid van zich vervreemd.

Economische thema's zijn nu veel belangrijker dan voor de voornamelijk middenklasse-betogers uit 2009.

En tot slot: ook de reactie van de VS is opvallend verschillend. De regering-Obama reageerde voorzichtig op de opstanden van 2009 en weerhield zich ervan de betogers aan te moedigen. De VS vreesden dat een openlijke steun tot hardere represailles van het regime zou leiden.

De huidige Amerikaanse president Donald Trump en zijn Ministerie van Buitenlandse Zaken steunen de betogingen wel actief, en de VS proberen een internationale veroordeling van de Iraanse reactie te mobiliseren. Ze krijgen daarbij in de VS wel sterke tegenstand van China en Rusland.

Bezorgdheid over een mogelijk sterkere reactie van de regering-Trump is mogelijk wel een reden voor de relatief voorzichtige en gematigde respons van de Iraanse veiligheidsdiensten op de huidige protesten. In 2009 was die respons veel gewelddadiger en brutaler.

Wat kan er veranderen?

De focus van de demonstranten op economische, eerder dan politieke thema's laat enkele van de meer hervormingsgezinde elementen in het regime toe om in te gaan op hun problemen, eerder dan noodgedwongen te zwijgen of de protesten te veroordelen zoals ze in 2009 deden.

Hoewel ze de gewelddaden van sommige demonstranten veroordeelden, hebben verschillende politieke leiders, onder wie de hoogste leider Ali Khamenei, sympathie betuigd voor de economische verzuchtingen van de demonstranten.

Ze hebben ook geleid tot enkele concrete veranderingen in de begroting en de economische hervormingen. Geplande prijsstijgingen voor brood en brandstof zijn uitgesteld.

Hoewel het bemoedigend is dat de overheid reageert op de protesten, is het niet goed dat ze dat doet door economische hervormingen uit te stellen. De ingrepen zullen de armste Iraniërs tevreden stemmen, maar ze kunnen op langere termijn tot meer economische problemen leiden, door het begrotingstekort en de inflatie aan te zwengelen.

In de plaats van de prijzen artificieel laag te houden, wat leidt tot verspilling en inefficiëntie in een economie, zou het beter zijn gerichte subsidies voor de armsten te bieden, en tegelijk meer te doen tegen corruptie en politiek nepotisme - bij de belangrijkste oorzaken voor de toenemende ongelijkheid in Iran.

Wat niet?

Zullen de onlusten de politieke elite wakker schudden en duidelijk maken dat er meer moet gebeuren?

Jammer genoeg is een inefficiënte populistische respons waarschijnlijk het maximale dat de hoogste leider wil doen - tenminste op korte termijn. De meer politieke eisen van de demonstranten, zoals de strijd tegen corruptie, beperktere macht voor Khamenei of een kleinere rol voor Iran in de regionale conflicten, zullen waarschijnlijk niet snel ingewilligd worden.

Het politieke systeem in Iran screent de kandidaten voor publieke functies zorgvuldig en blijft gesloten voor gewone burgers. De Iraniërs hebben dan ook niet veel andere keuze dan de politiek te beïnvloeden via de straat. Geen enkele politieke fractie, of ze nu conservatief of hervormingsgezind is, heeft al oplossingen geboden om daar iets aan te doen.

Voor de meeste Iraniërs echter kunnen de corruptie, de armoede of de economische ongelijkheid niet aangepakt worden zonder ernstige hervormingen. Dat lijkt erop te wijzen dat, hoewel de recente demonstraties misschien wel uitdoven, gelijkaardige opstanden in de toekomst waarschijnlijk zijn.