Taal is letterlijk van levensbelang in de relatie tussen zorgverlener en patiënt. Maak het maar mee, dat je naar adem happend probeert kenbaar te maken wat er scheelt, maar je arts je niet verstaat. Het klinkt ver van ons bed, maar dat is het niet. Marc Moens, voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), klopte afgelopen week in De Standaard, net als wij al lange tijd, nog eens op deze pijnlijke nagel.

Delen

Buitenlandse artsen zijn enkel welkom àls ze de streektaal spreken en passen binnen het contingent.

Er is een gigantische instroom van buitenlandse zorgverleners. Zo heeft één op de drie tandartsen en één op de vijf artsen vandaag een buitenlandse nationaliteit, een stijging met 8% tegenover 2011. Bij de verpleegkundigen gaat het om één op de tien. In veel gevallen gaat het over Europeanen, zoals Roemenen, Fransen, Italianen, Spanjaarden en Grieken. En daar knelt het schoentje. Want voor niet-EU'ers geldt vandaag al een taaltest, maar voor wie van binnen de Europese Unie komt niet. En daar is geen logica voor te bedenken.

Wat telt of moet tellen is het belang van de patiënt. Voor een Vlaamse patiënt maakt het niet uit of een zorgverlener nu uit pakweg Congo of Spanje komt. Wat uitmaakt is dat ze beiden dezelfde taal spreken en dat de zorgverlener de juiste competenties heeft, zodat er adequate hulp geboden kan worden.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block beloofde ons voorstel in te schrijven in de wet op de kwaliteit van de zorgverleners, maar kwam op die belofte terug. De MR wil er immers niet van weten. Reden? De faciliteitengemeenten. MR vindt niet dat de wet nageleefd moet worden. Die stelt dat publieke dienstverlening in de faciliteitengemeenten in beide talen (Frans en Nederlands) moet geschieden. Op deze manier worden de levens van onze patiënten nationaal in gevaar gebracht. Ons voorstel legt het taalgebruik ook niet op, zoals de minister en MR verkeerdelijk beweren, maar vraagt taalkennis, zodat een patiënt in Wallonië er zeker van is dat hij in noodsituaties kan rekenen op zorgverlening in het Frans, of een Vlaamse patiënt in het Nederlands. Logisch toch?

Daar komt nog bij dat het Europese vrije verkeer van mensen ervoor zorgt dat ons land verplicht is om buitenlandse artsen uit de Europese Unie automatisch een erkenning te geven. Ze vallen daardoor buiten de gelimiteerde Belgische artsenquota. Al wordt bij de berekening ervan hier deels al rekening mee gehouden. Maar de vraag blijft, moet elke Roemeense, Poolse of andere arts per definitie een RIZIV-nummer krijgen zodat ze aan de slag kunnen terwijl onze eigen Vlaamse studenten hiervoor een ingangsexamen moeten overleven?

Voor een kwaliteitsvolle gezondheidszorg is het belangrijk dat het contigent behouden blijft. Maar dan moet het wel gelden voor iedereen. Daar heeft N-VA binnen de regering al meermaals voor gepleit. En daarom hebben we nu consequent ook afgelopen week het wetsvoorstel van CDH dat hiertoe strekt gesteund.

Delen

Dat ook een Franstalige collega dit debat ten volle aangaat, is niet minder dan bijzonder hypocriet.

Met een belangrijke opmerking wel. Dat ook een Franstalige collega dit debat ten volle aangaat, is niet minder dan bijzonder hypocriet. Franstalig België weigert tot op vandaag immers om wat twintig jaar geleden federaal werd beslist in werkelijkheid om te zetten. Zij hebben nog nooit een beperking van het aantal artsen gehad. Waar Vlaanderen al twintig jaar de toestroom tot de opleiding geneeskunde beperkt, is het in Wallonië vrijheid blijheid. Met een overtal en overconsumptie in de zorg tot gevolg. Dat alles gebeurt op kosten van het federale niveau en dus ook de Vlaamse belastingbetaler.

Bevoegd PS-minister Jean-Claude Marcourt liet onlangs zelfs weten dat hij de plicht voor een ingangsexamen in de Franstalige universiteiten als onbestaand acht nu N-VA geen deel meer uitmaakt van de regering. Wel, wellicht krijgt hij gelijk. De andere Vlaamse partijen geven in dit dossier al twintig jaar toe als puntje bij paaltje komt. Al houdt De Block op dit punt voorlopig nog stand. Maar de maat is vol. Als het niet in overleg kan, dan zal het zonder zijn. Na 26 mei mag Marcourt wat ons betreft het beleid voeren dat hij wil, maar wel op eigen verantwoordelijkheid. Alweer een reden om de gezondheidszorg te splitsen, al was daarvoor al lang geen extra argument meer nodig.