Verschillende studies tonen aan dat de herverdeling van de welvaart en de rijkdom - die we allemaal samen produceren - vroeger beter werkte dan nu. De gevolgen laten zich raden: niet alleen draaien voedselbanken overuren, er is meer aan de hand. Steeds meer werkenden - ook tweeverdieners - raken in moeilijkheden. In armoede zelfs. Die kwestie van wie wat toekomt, is wat mij betreft wellicht de belangrijkste discussie van het moment. En wellicht ideologisch ook de meest zuivere. Des te belangrijker om dat debat te voeren op basis van inhoud.

De sociale zekerheid is helemaal niet onbetaalbaar geworden, ze is alleen aan een stevige update toe.

Na de wereldwijde crash van 1929 werd gekozen voor een breed maatschappelijk beschermingsmodel. Dat model noemen we de sociale zekerheid. Na de bankencrisis van 2008 werd daarentegen gekozen voor 'austeriteit', ofwel besparingen. 'De sociale zekerheid zoals we haar kennen, is niet langer houdbaar', zo wordt ons keer op keer voorgeschoteld. En dus wordt er bespaard. En geen klein beetje: in de eerste plaats op lonen en pensioenen, maar ook op zij die ziek worden, en op zieken die na een behandeling toch weer voorzichtig aan het werk gaan. Ook op zij die aankloppen bij het OCMW omdat ze niet langer rond komen op het einde van de maand. Ook op al diegenen die medicatie en zorg nodig hebben.

Net als na 1929 komt ook vandaag het verzet tegen een sterke sociale zekerheid uit rechtse hoek. 'De sociale zekerheid vertraagt de economische groei', klinkt het mantra steevast. 75 jaar geleden, toen Achille Van Acker de sociale zekerheid in ons land in de steigers zette, gebeurde nochtans net het omgekeerde. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een lange periode van economische voorspoed de zogenaamde trentes glorieuses. Precies omdat mensen zo de vrijheid kregen om iets op te bouwen. Precies omdat risico's niet langer individueel maar collectief verzekerd werden. Toch leerde rechts daar blijkbaar niets uit, met alle gevolgen van dien. Tien jaar na de bankencrisis is niet alleen in België de sociale bescherming afgebouwd, maar slabakt ook de economie.

Steeds meer werkenden raken in moeilijkheden.

Vandaag staan we opnieuw op zo'n kruispunt. Er zijn niet alleen oude en nieuwe jobs, er is niet alleen de traditionele maar ook de digitale economie, er zijn ook nieuwe gezinsvormen en nieuwe uitdagingen, zoals het klimaat. De vraag is hoe we ons daar nu op organiseren: alleen? Of samen, net zoals 75 jaar terug? Hoe beschermen we singles, jonge freelancers en werkenden in de nieuwe én de oude economie tegen nieuwe risico's? Het antwoord op die vraag komt - hoe je het ook draait of keert - altijd op die ene kwestie neer. En dat is een kwestie van eerlijke herverdeling van wat we samen aan rijkdom produceren. Als je weet dat tussen 2015 en 2017 het vermogen van de allerrijksten in ons land is toegenomen is met 30 miljard, is er nog wat marge me dunkt, eerder dan altijd maar te herhalen dat de sociale zekerheid van de 21e eeuw onbetaalbaar is. Dat is ze dus niet, alleen is ze aan een stevige update toe.

De tegenstelling tussen links en rechts zal wederom scherp zijn, en dat is geen slechte zaak.

Maar het voortdurende beeld dat wordt opgehangen is nonsens: de ene keer te duur door de 'vreemdelingen', de andere keer te duur door de toenemende vergrijzing. De hamvraag de komende weken en maanden is daarentegen - en moet zijn - hoe gaan we al diegenen die elke dag hun best doen, die elke dag vroeg opstaan om te gaan werken, weer de zekerheid van weleer bieden? Hoe organiseren we ons om iedereen weer de ruimte te geven om een leven op te bouwen? Recente cijfers tonen aan dat de overheids- en belastingdruk gestegen is. Alleen is de vraag voor wie en in welke mate. De ideologische tegenstelling tussen links en rechts zal wederom scherp zijn. Ik vind dat niet eens een slechte zaak. Op zijn minst is er dan duidelijkheid. Het parlement is niet in lopende zaken. Laat ons er aan beginnen.