opinie

'Deze acht misvattingen over het VN-migratiepact moeten de wereld uit'

  • Bijgewerkt op

Doctoraatsonderzoeker Joyce De Coninck en advocate Yasmina El Kaddouri over het VN-migratiepact: 'Het verdedigen van dergelijke samenwerking is niet gelijk aan het simpelweg "openzetten" van de grenzen - integendeel.'

Charles Michel in Marrakesh, Marokko, 10 december 2018. © Belga

Het VN-migratiepact vormt tot op vandaag het onderwerp van hevige discussie en debat. Intussen heeft het pact in ieder geval geschiedenis geschreven, vermits het aanleiding heeft gegeven tot een politieke crisis met het einde van regering Michel I tot gevolg.

Deze acht misvattingen over het VN-migratiepact moeten de wereld uit.

Concreet stelt het VN-migratiepact 23 doelstellingen voorop, waarmee onder andere België akkoord is gegaan tijdens de voorafgaande onderhandelingen. Deze proberen een meer gecoördineerde aanpak op het vlak van migratiebeheer te bewerkstelligen met het bestaande mensenrechtenkader dat van toepassing is in het achterhoofd. De uitwerking van deze doelstellingen gebeurt door de staten zelf, rekening houdend met de voor elke lidstaat bestaande bijzonderheden. Zodoende benadrukt het Pact het behoud van de statelijke bevoegdheid om te bepalen aan wie al dan niet toegang wordt verleend tot het grondgebied (zie onder andere paragraaf 7 en 15 (3)).

Per doelstelling formuleert het Pact vervolgens een aantal maatregelen (actions) die de realisatie van elke doelstelling mogelijk maken. Deze maatregelen zijn geenszins bindend: het zijn louter mogelijke beleidsopties en 'best practices' (zie paragraaf 16). Nationale staten bepalen in welke mate dergelijke suggesties toegepast worden. Desalniettemin werden er de afgelopen weken veel bezwaren geopperd. Laten we deze even door een juridische bril bekijken.

Maakt het Pact voldoende onderscheid tussen reguliere (legale) en irreguliere (illegale) migratie?

Ja. Het Pact benadrukt namelijk herhaaldelijk het onderscheid tussen reguliere en migratie, met nadruk op de nefaste gevolgen van deze laatste (zie onder andere bladzijden 3, 4, 8, 10, 15, 17, 18, 19, 22, en 31). Dit onderscheid wordt ook gemaakt in het Unierecht waardoor België als Unielidstaat gebonden is. Het Unierecht bevat een tiental juridisch bindende richtlijnen die gericht zijn op het faciliteren van reguliere migratie (zie o.a. Richtlijn inzake studenten, onderzoek en uitwisseling; Richtlijn betreffende een hooggekwalificeerde baan; Richtlijn betreffende seizoenarbeiders) alsook richtlijnen en verordeningen die gericht zijn op het tegengaan van irreguliere migratie en terugkeer (zie o.a. Terugkeerrichtlijn, alsook de Richtlijn betreffende sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen).

Dit alles om te benadrukken dat het onderscheid tussen reguliere en irreguliere migratie wel degelijk volwaardig erkend wordt in de tekst van het Pact, en dat dit onderscheid reeds eerder werd uitgewerkt in het Unierecht.

Wordt de opsluiting en terugkeer van irreguliere migranten bemoeilijkt?

Nee. Onder het nu reeds geldend internationaal, Europees en nationaal recht vormt opsluiting van een persoon een inbreuk op het recht op vrijheid dat eenieder geniet. Dergelijke inmenging kan juridisch gerechtvaardigd zijn, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan. Zo moet een opsluiting voorzien zijn in de wet en moet ze een rechtmatig doel nastreven. Een opsluiting moet ook noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van dit doel.

Elke individuele opsluiting moet deze toets doorstaan - niet omwille van het Pact, maar op basis van internationale, Europese en nationale wetgeving. Zo is dit juridisch kader al van toepassing sinds 1950 (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) en is het verankerd in het Unierecht (o.a. Terugkeerrichtlijn) alsook in internationaal gewoonterecht, waardoor België ontegensprekelijk gebonden is. Het Pact herbevestigt louter deze rechtsregels. Eenzelfde analyse geldt voor de kwestie van de terugkeer van irreguliere migranten, waarvoor doelstelling 21 van het Pact voorziet dat ze daadwerkelijk teruggestuurd moeten worden, weliswaar op een menswaardige manier.

Voorziet het Pact in sociale dienstverlening voor irreguliere migranten?

Nee. Doelstelling 15 verwijst naar basisvoorzieningen voor migranten ongeacht hun status. De doelstelling erkent echter ook expliciet dat er een wezenlijk verschil kan bestaan tussen het soort basisvoorzieningen waar migranten recht op hebben naargelang hun status, wat dan weer door nationale overheden bepaald wordt. Bijgevolg kan deze doelstelling niet zonder meer gelijkgesteld worden aan 'sociale dienstverlening voor irreguliere migranten', daar het louter de naleving vereist van reeds bestaande mensenrechtenstandaarden. Bovendien voorziet het Pact ook dat dit gepaard gaat met verplichtingen t.a.v. (reguliere) migranten, inclusief respect voor de normen van het gastland (zie paragraaf 10 en 32).

Heeft het pact geen of nauwelijks aandacht voor de rol en verantwoordelijkheid van irreguliere migranten om zelf terug te keren naar hun land van herkomst?

Het Pact spreekt hier nauwelijks over. Dit versterkt het feit dat soevereine staten de bevoegdheid behouden om hierover zelf een nationaal beleid uit te stippelen. Op Unieniveau is er tevens reeds wetgeving omtrent vrijwillig vertrek van irreguliere migranten.

Ziet het Pact migratie uitsluitend als een positief verhaal?

Nee. Het Pact spreekt meermaals over de negatieve effecten van irreguliere migratie (zie onder andere bladzijden 3, 5, 8, 9, 10, 12, 15, 17, en 18). Bovendien mag niet uit oog verloren worden dat dit niet-bindende Pact ook net gericht is op het menswaardig beheer van migratie, teneinde irreguliere migratie te vermijden en wanneer er reguliere (arbeids-) migratie is, om dit te optimaliseren. Een uitermate en uitsluitend negatief discours omtrent migratie zou moeilijk te rijmen vallen met de doelstelling van dit Pact. Bovendien valt ook de stelling dat enkel positieve berichtgeving met betrekking tot migratie nog toegelaten zou zijn ook sterk te betwisten. Doelstelling 17 vraagt enkel om alle vormen van discriminerend en niet op bewijs gefundeerde vormen van publiek discours uit de weg te gaan. Deze doelstelling moet gekaderd worden in de internationale strijd tegen 'fake news'.

Pleit het Pact voor meeneembaarheid van sociale zekerheidsrechten?

Doelstelling 22 van het Pact pleit voor (beperkte) meeneembaarheid van sociale zekerheidsrechten voor reguliere migranten - namelijk arbeidsmigranten die reeds een verblijfsstatuut reeds hebben verkregen. Daarenboven bestaat (beperkte) meeneembaarheid van sociale zekerheidsrechten reeds voor reguliere migranten op grond van bindende EU-wetgeving in tal van richtlijnen betreffende reguliere migratie. Dit is niet het geval voor irreguliere migranten.

Zijn er juridische risico's verbonden aan het Pact, ook al is het niet juridisch bindend?

Deze vraag verwijst naar de mogelijkheid voor hoven en rechtbanken om het Pact te gebruiken als een interpretatietool. Het is inderdaad zo dat rechters zich kunnen laten inspireren door de bepalingen opgenomen in het Pact wanneer ze zich moeten uitspreken over de inhoud van bestaande rechten en verplichtingen.

Echter, gelet op de inhoud van het Pact, wat voornamelijk een bevestiging is van bestaande mensenrechtenstandaarden en Uniewetgeving, is dit 'risico' voor België nagenoeg onbestaande. Voor andere deelnemende staten (niet Unie-lidstaten) die niet gebonden zijn door dit wetgevend kader, kan het Pact wel de deur openen tot een mensenrechtenvriendelijk migratiebeleid.

Vergemakkelijkt het Migratiepact de toegang tot gezinshereniging?

Nee. Op niveau van de Europese Unie is België reeds gebonden door de Gezinsherenigingsrichtlijn uit 2003. Het Pact gaat aanzienlijk minder ver, daar het de toegang tot procedures betreft en niet - in tegenstelling tot de Gezinsherenigingsrichtlijn - een 'recht' op gezinshereniging. De toegang wordt dus door het Pact in België niet vergemakkelijkt.

Dus...

Inhoudelijk probeert het Pact een complementair en internationaal samenwerkingskader uit te tekenen met betrekking tot migratiebeheer. Dit impliceert geenszins dat vanuit een internationaal oogpunt aan België resultaatsverbintenissen worden opgelegd.

Integendeel, het Pact weerspiegelt net de idee om als internationale gemeenschap een volwaardig antwoord te bieden aan het fenomeen van (massa)migratie, waar elke staat mee geconfronteerd wordt. Een samenwerkingsmodel dat zich inspireert op de door België reeds geaccepteerde mensenrechtenstandaarden (onder andere het recht op effectief rechtsmiddel, verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen, het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, het belang van het kind...) Cruciaal hier is om voor ogen te houden dat het gaat om een intentie en niet om een juridisch afdwingbare verplichting.

De enige echte vraag die onbeantwoord blijft, is waarom het noodzakelijk was om dergelijke politieke crisis te veroorzaken op grond hiervan?

Het verdedigen van dergelijke samenwerking is niet gelijk aan het simpelweg 'openzetten' van de grenzen - integendeel. Zoals herhaaldelijk opgeworpen in het Pact zelf, vereist volwaardig migratiebeheer o.a. een goed functionerende grensbewaking en behoudt elke staat de bevoegdheid om te bepalen wie in aanmerking komt voor een verblijfsrecht. Het belang van het Pact goed te keuren bestaat dan ook uit het feit dat er erkenning is voormigratie als een transnationaal fenomeen waarbij zowel herkomst- als ontvangstlanden baat hebben bij internationale samenwerking. Zodoende is enige vorm van internationale samenwerking verdedigbaar om niet te zeggen, hoogstnoodzakelijk.

Het meest cruciale om op te merken is dan ook dat België in feite al jaren - op basis van Uniewetgeving en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - voldoet aan nagenoeg alle doelstellingen vervat in het Pact. De enige echte vraag die bijgevolg onbeantwoord blijft, is waarom het noodzakelijk was om dergelijke politieke crisis te veroorzaken op grond hiervan?