Ik herinner me de gezichten van de slachtoffers van elke opeenvolgende asielcrisis in dit land de voorbije vijftien jaar. Mensen die in de chaos en willekeur dag na dag trachten bescherming te vragen, en met wie we als hulpverleners dag op dag de groeiende teleurstelling delen over een falend systeem. Als ik één kenmerk uit hun gezichten onthoud, is het de vermoeidheid. Vermoeidheid en natuurlijk de ontzetting dat net zij, al op de vlucht voor oorlog, geweld en vervolging in hun thuisland, het ongeluk hebben om hier midden in een hetze terecht te komen, als politieke speelbal.

Delen

Deze nieuwe asielcrisis is een bewuste politieke keuze.

Sinds 22 november 2018 is ons land terug openlijk in 'asielcrisis', het eindpunt van een sinds de zomer aangekondigde kroniek. Blind optimistisch over dalende asielaanvragen voerde de regering de voorbije tijd steeds meer kwalitatieve opvangplaatsen en personeel af. Ze deed dat voorbarig en ondanks heel wat waarschuwingen van het middenveld en politieke spelers. Logisch gevolg: onvoldoende bedden deze winter voor asielzoekers. Dus beperkt onze overheid het aantal mensen per dag dat asiel kan aanvragen tot vijftig. De overige mensen, die die dag uit de rij worden uitgesloten, hebben meteen ook geen recht op opvang.

Het effect voor hen is duidelijk: zij belanden op straat. Zo zetten we in ons land de voorbije weken honderden mensen op de vlucht op straat. Onder hen ook 200 niet-begeleide minderjarigen. Kinderen en jongeren die hier alleen zijn, zonder ouders of voogd, en die we in ons volle begrip van de situatie overlaten aan risico's op uitbuiting en de gevaren van een nacht op straat. Mensen overnachten in de buurt van het aanmeldcentrum op straat uit angst om een volgende kans te missen. Twee broers werden vorige week uit elkaar gehaald in deze asielloterij. De ene kon mee binnenglippen, de andere overnachtte op straat. We kunnen doorgaan met schrijnende getuigenissen van de concrete gevolgen, maar de kernvraag is: moet dit?

In dit geval kan je als bevoegde regeringsverantwoordelijke eigenlijk maar één kant op. Je neemt je verantwoordelijkheid ernstig, je respecteert nationale wetten en Europese richtlijnen en zorgt zo snel mogelijk voor voldoende onderdak. Je opent opvangplaatsen. Je heft de onwettige asiellimiet op. Mogelijk lukt dat niet met onmiddellijk effect. In afwachting van deze rechtzetting, rust je je diensten uit met de juiste instrumenten en opdrachten om de doelgroep onder je hoede menswaardig te behandelen.

Dat is geen vage opdracht, die is ook weer heel concreet. Het zijn die taken die ngo's en andere hulpverleners nu voor hun rekening nemen omdat de overheid faalt: Communiceer met de betrokkenen, in hun contacttalen, op de plaats van verzameling. Haal de loterijfactor weg en geef duidelijke informatie over wat er te gebeuren staat. Afficheer de openingsuren. Als de openingsuren van de diensten niet functioneren zoals het hoort, en mensen dus uren voor en nà de openingstijden zullen aanschuiven, zorg je voor opvang, voor eerste hulp, en voor dekens en water. Dat is een basiscursus crowd management.

Mensen onder je hoede stuur je niet gewoon een nacht de straat op. Je zorgt voor tijdelijke vervangende nachtopvang. Ook een belangrijke tip: politieagenten hebben hun eigen belangrijke rol te spelen. Zij zijn geen hulpverleners of personeel van asielinstanties. Laat dit werk dus niét over aan een leger agenten in uniform. Het gaat hier tenslotte over mensen die asiel vragen, sommigen ziek, sommigen met kinderen, en in elk geval allen geïntimideerd door de lastige situatie waar ze ook hier in terechtkomen.

De bevoegde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken (N-VA), gaat echter een andere kant op. Eén die niet is gedreven door zijn verantwoordelijkheid, maar door een combinatie van struisvogelgedrag voor de werkelijke gevolgen en een fixatie op politieke communicatie met het oog op electoraal gewin. Of zullen we het een poging tot electoraal herstel noemen?

Op de kap van kwetsbare mensen verklaart Francken er bewust voor te kiezen om deze mensen de straat op te sturen als signaal. Een signaal dat hij ook in niet mis te verstane woorden door de Dienst Vreemdelingenzaken laat verspreiden op sociale media: 'Neen aan illegale migratie', 'Kom niet naar België'... Net als de asiellimiet zelf, is ook dit bericht in strijd met onze wetgeving. Want het recht op asiel omvat het recht op correcte, volledige en objectieve informatie. De dienst vreemdelingenzaken heeft de taak om mensen juist te informeren over hun rechten en plichten. Niet om hen af te schrikken en te verhinderen een beroep te doen op die rechten en plichten. Met dit bericht maakt de staatssecretaris vast en zeker één duidelijk signaal, geheel in lijn met het N-VA standpunt rond het VN-migratiepact: hij beschouwt België als een eiland.

Delen

Vinden we het aanvaardbaar dat ook hier, net als op de Griekse eilanden, mensenrechten met de voeten worden getreden en mensen letterlijk op straat worden gestuurd als 'signaal'?

Hoewel internationale samenwerking en het delen van verantwoordelijkheid in het kader van migratie de enige mogelijke aanpak is voor het internationale fenomeen van gedwongen migratie, plooit de staatssecretaris eens te meer terug op de eigen achtertuin. Ook al zijn er meer dan 68 miljoen mensen wereldwijd op de vlucht, en verblijft 85% ervan al in ontwikkelingslanden, voornamelijk in eigen regio, ook al vangt België een verwaarloosbaar aantal mensen zelf op, nóg zal hij die samenwerking met opname van eigen verantwoordelijkheid verder opblazen. Niet 250, niet 150, maar 50 asielzoekers zijn plots de limiet voor een land als België. Hervestigingbeloftes nakomen, dat lukt ons ook al niet.

Deze nieuwe asielcrisis is er geen van overmacht. Er is geen sprake van een onverwacht falen van infrastructuur of capaciteit. Er is geen sprake van een immens verhoogde aankomst. Deze nieuwe asielcrisis is een bewuste politieke keuze. Het is een keuze die ons allen wakker moet schudden. Vinden we het aanvaardbaar dat ook hier, net als op de Griekse eilanden, mensenrechten met de voeten worden getreden en mensen letterlijk op straat worden gestuurd als 'signaal'? En vinden we het een goed idee dat die lijn wordt doorgetrokken, dat ook onze eigen rechten mogen geofferd worden wanneer een bevoegde politicus dit nuttig acht als 'signaal'? In deze - bijna afgelopen - legislatuur zijn we een richting ingeslagen die eenzijdige politieke visies en campagnes boven rechten, boven goed bestuur, en boven langetermijndenken plaatst. De koelbloedige openheid waarmee de keuze om een systeemfalen te organiseren niet wordt ontkend, is mogelijk het enige nieuwe tijdens deze asielcrisis. In de laatste ronde vallen de laatste maskers.

Een vraag die ik vaak krijg is of het hier naar mijn mening om onwil of onkunde gaat. Voor wat het personeel op het terrein betreft gaat het in elk geval geen van beide. Bij de terreinwerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil bestaat een oprechte zorg over de gang van zaken, en worden er grote inspanningen verricht om te roeien met de riemen die zij krijgen. Het personeel draait er overuren, maar met deze orders en deze politieke beslissingen, kunnen zij de situatie niet oplossen en verhinderen dat mensen ongeïnformeerd en gestresseerd op straat belanden.

Delen

Machtsspelletjes en kiesstrategieën staan niet boven de wet.

Ook zij gaan 's avonds naar huis met in gedachten de vermoeidheid op de gezichten van al deze mensen. Zij delen met ons hun frustratie dat er geen geldig organisatorisch excuus is voor deze situatie. De verantwoordelijkheid ligt hogerop. En of het onwil dan wel onkunde is bij de politieke verantwoordelijken? Ik lig eerlijk gezegd niet wakker van die vraag want beiden zijn onvergeeflijk. In beide gevallen moet de conclusie zijn dat ons land het asielbeleid in de foute handen toevertrouwde.

Ontradingspolitiek staat niét boven de wet. Dat moét veranderen, en dus vragen we dat dit dossier binnen de regering, geleid door de premier, wordt herbekeken en uit handen van de staatssecretaris wordt genomen. Tijd om wakker te worden. Het enige wat immers telt is dat de overheid op dit moment mensen in de kou laat staan, mensen die zich toevoegen aan de al meer dan 3000 dak- en thuislozen die ons land rijk is.

Onwil of onkunde, we aanvaarden niet dat ook maar één van deze mensen op straat terechtkomt of in tenten, containers of shelters moet worden opgevangen. Machtsspelletjes en kiesstrategieën staan niet boven de wet, en mogen nooit de veiligheid en menselijke waardigheid van mensen kannibaliseren. We hebben mensenrechten nodig, meer dan ooit, om ons te beschermen tegen een dergelijke politiek.