In sessies die worden opgebouwd rond een 'gelukskoffertje' leert Isabelle Depaepe groepjes kansarme kinderen hoe ze zich 'elke dag minstens een beetje blij kunnen voelen', lazen we onlangs in Het Nieuwsblad. 'Wat we met vallen en opstaan ontdekken, en waar we nu vaak nog een therapeut of psycholoog voor nodig hebben, zouden we van in het begin al moeten meegeven aan onze kinderen', zegt Depaepe. 'Wat willen we? Wat hebben we nodig? Waar worden we gelukkig van? Het is een hardnekkig idee dat je je geluk niet zelf kan beïnvloeden. Bijna de helft van ons geluk fiksen we zelf.'

De gelukskoffer is een overgewaaid initiatief uit Nederland. Fiksen we bijna de helft van ons geluk zelf?

'Uit onderzoek is gebleken dat 50 procent van ons geluk pure aanleg is, het is in de genen meegegeven', zegt Depaepe aan de telefoon met Knack. '10 procent wordt beïnvloed door omstandigheden. Maar 40 procent is puur bewust gedrag.' Ze stuurt ons een artikel uit het wetenschappelijke tijdschrift Emotion uit 2011, waarmee ze ten gronde verwijst naar een publicatie van Sonja Lyubomirsky (University of California) en collega's uit het vakblad Review of General Psychology in 2005.

Met wat je zelf kunt veranderen, kun je je geluksgevoel wellicht met 10 procent, misschien zelfs 20 procent verhogen. Maar niet met 45 procent of "bijna de helft".

De cijfers staan er letterlijk. Maar de claim is een verkeerde interpretatie van onderzoek, zegt biologisch psycholoog Meike Bartels (Vrije Universiteit Amsterdam). 'Het onderzoek dat wij doen, en collega's wereldwijd, laat zien dat ongeveer de helft - 40 à 50 procent - van de verschillen in het geluksgevoel tussen mensen, door genetische verschillen wordt verklaard, en de rest door omgevingsfactoren. Die bevinding wordt vaak vertaald tot het idee dat 50 procent van je geluksgevoel in je genen zit en dus vaststaat, en dat de rest maakbaar is. Maar die vertaling is volstrekt fout.' De cijfers leren iets over de reden waarom pakweg Wilfried gelukkiger is dan Anna. Maar niets over Anna en haar potentieel. 'Ze zeggen niets over een individu. Alleen iets over een populatie.'

Is 'gelukstraining' dan onzin? Nee. In een online videotalk stipt Bartels technieken aan. Een bedankbrief schrijven, bijvoorbeeld. Of count your blessings - 's avonds de tijd nemen om de dag te overpeinzen en een paar positieve dingen noteren. Wat voor de ene werkt, doet het niet noodzakelijk voor de andere en vice versa, zegt ze. Ook hoeveel (of hoe weinig) verschil het maakt, hangt af van individu tot individu. 'Maar van een vijf (op tien) maak je geen acht, en van een drie maak je geen tien. Je kunt van een 7,5 wel een 8 maken', zegt Bartels.

Martijn Hendriks van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (Erasmus Universiteit Rotterdam), onderschrijft Bartels' lezing en duiding van het onderzoek. 'Met wat je zelf kunt veranderen - milder en positiever zijn, of meer tijd doorbrengen met familie en vrienden in de plaats van extra werken, bijvoorbeeld - kun je je geluksgevoel wellicht met 10 procent, misschien zelfs 20 procent verhogen. Maar niet met 45 procent of "bijna de helft".'

Je kunt inderdaad leren om 'een betere verhouding' te vinden met wat je overkomt, zegt psychologe Mia Leijssen (KU Leuven). 'Naar geluk streven is goed, als je dat onbekommerd doet', besluit geluksonderzoeker Ad Bergsma. 'Voorkom in hemelsnaam dat je het jezelf kwalijk gaat nemen als het een keertje niet lukt. Anders ben je ongelukkig, en is het nog je eigen schuld ook.'

CONCLUSIE

Knack beoordeelt de claim als grotendeels onwaar. Door anders tegen de dingen aan te kijken kun je je geluksgevoel verhogen. Dat we 'bijna de helft' van ons geluk zelf kunnen fiksen, is echter een verkeerde interpretatie van bestaand en vaak geciteerd onderzoek.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.