Bij de Duitse inval in 1914, die gepaard ging met terreur en moord, ontvluchtten anderhalf miljoen Belgen hun land. Eén miljoen Belgen zocht bescherming in Nederland, de rest trok naar de Westhoek om daar de grens met Frankrijk over te steken of de boot te nemen naar Engeland.

Delen

Hoe de geschiedenis zich herhaalt en waarom we ervan moeten leren.

In eerste instantie werden de Belgische vluchtelingen overal warm onthaald. Frankrijk beschouwde hen als deel van het eigen Franse volk, in Engeland stond men hen met open armen (en soms zelfs in feestelijke sfeer!) op te wachten.

Dit bleef echter niet zo. Na een tijdje veranderde de welwillende houding bij onze buren in onbegrip en ergernis. De onverstaanbare taal en het verschil in gewoontes, zoals het eten, het rechts rijden met de fiets, het feit dat de kinderen bier dronken... leidden tot spanningen. De massale uittocht zorgde ook voor persoonlijke drama's. Hele gezinnen werden uit elkaar gerukt of leefden in het ongewisse over hun familieleden. Hierdoor kwamen kinderen vaak geïsoleerd te zitten van hun ouders.

Migratie vroeger en nu

Ook vandaag zijn niet-begeleide minderjarige vluchtelingen de meest kwetsbare groep. Volgens cijfers van Unicef is één op de drie vluchtelingen in Europa een kind. In 2016 vroegen bijna 5000 kinderen asiel aan in België, onder wie ruim duizend niet-begeleide kinderen. Kinderen van wie de ouders - àls ze nog leven - zich in het thuisland bevinden en die op eigen houtje hier een nieuw leven willen opbouwen. Niet alleen moeten zij de levensgevaarlijke tocht naar het Westen zonder enige steun of begeleiding ondernemen, bij aankomst worden zij de grootste slachtoffers van mensensmokkel en onverschilligheid.

Zelfs de vluchtelingenkinderen die hier samen met hun ouders aankomen, blijven een precaire groep. Ze hebben het vaak moeilijk om op school aansluiting te vinden en ze hebben moeite met hun identiteit, zoals MO*-journaliste Samira Bendadi besloot in haar onderzoek. Toch doen zij het vaak beter dan de ouders, net omdat zij via het onderwijs meteen in de samenleving terechtkomen.

Zelfs wanneer vluchtelingen zich 'volgens de regels' integreren in hun nieuwe land, verwerven zij vaak een minderwaardig statuut. Hun socio-economische en professionele status wijzigt - vaak ten nadele, het vergt veel tijd om de taal machtig te worden, ze komen terecht in precaire leefomstandigheden en geraken sociaal geïsoleerd. Hun gevoel van zelfwaarde krijgt ernstige deuken. Tegelijk zien we hoe veerkrachtig vluchtelingen en migranten zijn, hoe mensen de moed vinden om zich aan te passen en nieuwe positieve verhalen schrijven.

Verdragen zijn onvoldoende...

Staan de verdragen die ervoor gezorgd hebben dat vluchtelingen wereldwijd bescherming genieten tegen oorlogsgeweld, terreur, gedwongen terugkeer naar een gevaarlijk regime... vandaag onder druk? Na Wereldoorlog I en II, waarin burgers en vluchtelingen massaal slachtoffer werden van gruwelijk en intens oorlogsgeweld, werden de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de Mens in het leven geroepen. Ook het asielrecht werd hier in opgenomen. En er volgden nog verdragen betreffende de rechten van soldaten, burgers in oorlogsgebieden, krijgsgevangenen e.a., namelijk de conventies van Genève.

Het is dankzij deze verdragen en de mensenrechten dat er regels zijn gekomen om mensen te beschermen tegen willekeurig geweld en ellende. Ook artikel 23 van onze eigen grondwet voorziet in de noodzakelijke voorzieningen: 'Ieder heeft recht een menswaardig leven te leiden.' Deze afspraken en wetten zijn onze symbolen van beschaving en van medemenselijkheid, van wat wij noodzakelijk en menselijk achten, los van inkomen of achtergrond. Voor oorlogsvluchtelingen betekenen deze ethische codes dat zij niet vervolgd kunnen worden wanneer zij een ander land betreden en ook niet gedwongen kunnen worden terug te keren.

Delen

Na vier jaar lang de Eerste Wereldoorlog te hebben herdacht, beseffen we dat we vluchtelingen van andere oorlogen en migranten uit regio's met ellendige omstandigheden een menswaardige opvang moeten bieden.

Al die verdragen ten spijt, zien we de laatste jaren opnieuw veel onmenselijkheid in Europa. We beseffen dat migratie en vluchtelingenstromen de komende decennia nog zullen versnellen. Zij komen niet enkel voort uit directe conflicten maar ook uit toenemende onleefbaarheid door klimatologische veranderingen.

Er zal een nieuw politiek en maatschappelijk bewustzijn moeten groeien.

Na vier jaar lang de Eerste Wereldoorlog te hebben herdacht, beseffen we dat we vluchtelingen van andere oorlogen en migranten uit regio's met ellendige omstandigheden een menswaardige opvang moeten bieden en mee oplossingen moeten zoeken. Het botweg negeren en weigeren is geen optie meer.

Als Vlaamse cultuurfondsen is het onze morele plicht om het bewustzijn te verhogen over de oorzaken en de gevolgen van migratie. De kern van ons mens-zijn en onze cultuur zit besloten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze rechten serieus nemen, impliceert een omslag voorstaan naar een duurzame mondiale economie waarbij mensen niet langer genoodzaakt zijn te vluchten wegens economische of klimatologische redenen, en betekent ook dat we moeten ijveren voor een positieve samenleving waar nieuwe Belgen en voorbijgangers welkom zijn.

Deze tekst wordt door de vijf cultuurfondsen (Rodenbachfonds, Davidsfonds, Vermeylenfonds, Willemsfonds en het Masereelfonds) ondertekend.