In zijn recente opiniebijdrage bezingt oud-voorzitter van Jong VLD Maurits Vande Reyde de zegeningen van hernieuwbare energie. Niet alleen kan hernieuwbare energie vandaag al op de eigen benen staan, zonder overheidssubsidies, maar als we nog even geduld hebben, brengen zonnepanelen en windmolens ons een gouden tijdperk van 'kosteloze elektriciteit, kosteloos autorijden en zonder zorgen verwarmen'.

Inzetten op kernenergie is de enige manier om onze klimaatdoelstellingen te halen.

Waarom, vraagt Vande Reyde zich af, zou je je dan in godsnaam nog vastklampen aan dure kernenergie? Investeren in nucleaire energie is wel het 'allerdomste' wat je vandaag kan doen. Het is toch 'bizar', zo voegt hij eraan toe, dat iemand als ik geen oog heeft voor het enorme kostenplaatje dat aan kernenergie hangt.

Ja, waarom eigenlijk? Als je in een debat vaststelt dat je tegenstander om volstrekt onbegrijpelijke redenen het meest stupide standpunt aanhangt, dan is dan doorgaans een aanwijzing dat er ergens iets fout liep in je eigen redenering. Dat is alsof je ontdekt dat gojibessen niet alleen werkzaam zijn tegen elk denkbaar kwaaltje, maar ook nog eens gratis aan de struiken groeien en geen enkele bijwerking hebben. Waarom zou je dan in godsnaam nog investeren in dure chemische medicijnen met vervelende bijwerkingen?

Als je Vande Reydes premissen aanvaardt, dan zouden investeringen in kernenergie inderdaad ronduit stompzinnig zijn. Alleen kloppen ze voor geen meter. De prijs van hernieuwbare energie per kilowattuur daalt inderdaad zienderogen, zoals Vande Reyde terecht schrijft. Maar naakte cijfers over de kostprijs per opgewekte energie-eenheid zijn erg misleidend. Mensen betalen niet voor een hoop energie, zoals Marco Visscher uitlegt in zijn boek De energietransitie, maar voor een dienst, namelijk stroom die vierentwintig uur per dag en zeven dagen op zeven beschikbaar is. Als je op je elektriciteitsfactuur kijkt, zie je dat de grootste kosten voorbehouden zijn voor distributie, transport en netbeheer. Komt elektriciteit niet op het juiste moment op de juiste plaats, dan ben je er niets mee.

De ene keer produceren windmolens en zonnepanelen overtollige energie, die vervolgens elders gedumpt moet worden, de andere keer produceren ze te weinig en moeten we overschakelen op een back-up-energiebron. De kern van het probleem valt eenvoudig samen te vatten: we hebben ook energie nodig wanneer de zon niet schijnt en wanneer de wind niet waait. De Duitsers noemen het Dunkelflaute, een portmanteau voor Dunkelheit (duisternis) en Windflaute (windstilte). De achilleshiel van zonne- en windenergie is dat ze zijn overgeleverd aan de grillen van de weergoden. In een gemiddeld jaar zijn in Europa verschillende periodes van vijf tot tien dagen van deze Dunkelflaute terug te vinden, waarin weinig of geen hernieuwbare energie wordt opgewekt. Alleen voor deze dagen al heb je dus een back-upcapaciteit nodig die even groot is als het totale energieverbruik.

Dat probleem wordt groter naarmate je energievoorzienig meer afhankelijk wordt van hernieuwbare energie. Als hernieuwbaar maar een bescheiden bijdrage levert aan de totale energievoorziening, kan je de Dunkelflaute makkelijk opvangen. Als je echter grote centrales gaat sluiten, dan wordt het probleem steeds prangender. Vande Reyde vermeldt op het einde terloops het probleem van batterijopslag, als één van de obstakels die we nog even moeten overwinnen om in de hernieuwbare utopie te kunnen beginnen leven. Hij schrijft het als een kleine voetnoot, maar dat is het allesbehalve. Ingenieurs proberen al decennialang accu's te ontwerpen die grote hoeveelheden stroom lang genoeg kunnen opslaan, maar die zijn nog steeds niet voorhanden. De grootste en geavanceerdste accu, een lithiumaccu van Tesla, kan 129 megawattuur opslaan. Om je een idee te geven: dat is genoeg om 30.000 gezinnen stroom te geven, maar dan wel slechts voor drie uur, en op maximumcapaciteit slechts voor tien minuten. Die Tesla-accu is een sterk staaltje technisch vernuft, zeer handig om stroomstoringen en piekvragen op te vangen, maar het is geen duurzame oplossing voor de Dunkelflaute. We moeten vurig hopen op een revolutie in batterijopslag, maar momenteel is die nog niet te bespeuren aan de horizon.

Andere opslagmogelijkheden, zoals de omzetting van elektriciteit naar waterstof, hebben dan weer een groot rendementsverlies, en staan nog lang niet op punt. Transport van elektriciteit is evenmin evident. Als er hier in België Dunkelflaute heerst, dan is het vaak in Frankrijk en Duitsland van hetzelfde laken een pak. Om hernieuwbare energie over duizenden kilometers afstand te transporteren (bijvoorbeeld van Noord-Afrika naar hier), heb je gigantische infrastructuurwerken en ettelijke miljarden nodig. Bovendien nemen zonnepanelen en windparken enorme oppervlakten in beslag, die vaak ten koste gaan van onze natuur. Tot op heden zorgen zon en wind samen nog steeds slechts voor ongeveer een procent van de wereldwijde energieproductie. Beeld je in hoeveel zonnepanelen en windmolenparken we nodig hebben als we dat moeten vertien- of vervijftigvoudigen.

In afwachting voor deze problemen moeten we tijdens de Dunkelflaute kunnen terugvallen op een klassieke elektriciteitscentrale om een constante basislast te leveren, ongeacht het weer. Dan gaat de keuze de facto tussen kerncentrales en fossiele centrales. En die laatste, zo weet iedereen inmiddels, stoten tonnen CO2 uit, die ons klimaat verder opwarmen. Met andere woorden: de enige alternatieven voor nucleaire energie die niet afhankelijk zijn van het weer, dragen een enorme 'externaliteit' in zich, zoals economen het noemen, die amper verrekend wordt in de prijs. Als we onze Belgische kerncentrales sluiten, moeten we acht of tien gascentrales bouwen, die lustig CO2 in de atmosfeer gaan pompen. Daarmee worden zowat al onze inspanningen in CO2-reductie door zon en wind weer ongedaan gemaakt.

Tussen droom en daad staan natuurwetten in de weg, en praktische bezwaren.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) snapt dat inmiddels, want in nagenoeg alle referentiescenario's houdt ze rekening met een forse stijging van kernenergie. Dat is de enige manier om onze klimaatdoelstellingen te halen, en om de gigantische economische kost van een mondiale temperatuurstijging van drie of meer graden te vermijden. De situatie is voor elk land verschillend, en kernenergie is niet overal nodig aangewezen, maar in België hebben we al zeven kernreactoren. Het is perfect technisch mogelijk om de jongste daarvan nog tien of twintig jaar open te houden. Daarmee kopen we tijd voor technologische doorbraken in batterij-opslag, omzetting naar waterstof, of thoriumcentrales.

Beste Maurits, ik wou dat ik je sprookje over kosteloze, onuitputtelijke en propere hernieuwbare energie kon geloven, maar zelfs voor een vooruitgangsdenker als ik zijn er grenzen aan het optimisme. Tussen droom en daad staan natuurwetten in de weg, en praktische bezwaren. Vind je het nog steeds even 'hallucinant' en 'allerdomst' om in te zetten op kernenergie?

Maarten Boudry is wetenschapsfilosoof. Zijn nieuwe boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat, waarin hij de doembeelden over klimaatopwarming bespreekt, verschijnt eind maart.