Er zijn aan de Vlaamse universiteiten ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke doctorandi. Op het niveau van post-doc zijn opeens mannen oververtegenwoordigd en het meest recente gelijkekansenrapport van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) laat zien dat maar één op de vier professoren een vrouw is.

'Erg jammer' vinden ze dat bij de Jonge Academie. 'Die cijfers laten zien dat er heel veel talent verloren gaat. Dat talent is er, dat zie je aan het hoge aantal vrouwelijke doctoraatsstudenten, maar en cours de route, naarmate de academische carrière vordert, moeten vrouwen te veel afhaken', zegt Sofie Verbrugge, professor ingenieurswetenschappen aan de UGent en lid van de Jonge Academie.

De Jonge Academie vraagt aandacht voor het probleem, in de eerste plaats voor de onbewuste vooroordelen rond gender. Sofie Verbrugge: 'We willen mannen helemaal niet met de vinger wijzen, want heel veel gebeurt onbewust. Als een vrouw met kinderen kandideert voor een job van professor, dan vragen mensen uit de aanstellingscommissie zich af hoe ze congressen in het buitenland gaat combineren met haar gezin. Van een vrouw die er wat tenger uitziet, vraagt men zich af hoe ze zich staande zal houden als ze voor een grote aula staat. Bij mannelijke kandidaten zijn die vooroordelen er niet.'

De Jonge Academie wil nu een bewustwording creëren binnen de academische context, maar daar mag het niet bij blijven. Eind juni willen de jonge onderzoekers met een genderactieplan en toolbox komen die oplossingen bieden voor het probleem. De rectoren van de verschillende Vlaamse universiteiten hebben zich al geëngageerd om met die toolbox aan de slag te gaan.