Misschien hebt u al van sociale robots in de horeca en zorgsector gehoord. Daar zijn ze al een tijdje in gebruik met de bedoeling om services aan te bieden en tegelijkertijd personeel te besparen. Daarover willen we het in deze tekst niet hebben. Hier interesseren ons de sociale robots als potentiële digitale vervanger van menselijke vrienden. Wie nu de protagonisten van iRobot of Westworld verwacht, wordt waarschijnlijk teleurgesteld omdat de technologie nog lang niet zo ver is. Maar dankzij vooruitgang bij sensoren, artificiële intelligentie en computerprocessoren is er vandaag al veel mogelijk. Ondertussen is er een stijgend aanbod van betaalbare sociale robots, dus mechanische toestellen, die een digitale personaliteit hebben en diens doeleinde het is om voor mensen daar te zijn en een leuke tijd samen te hebben.

De vraag is echter waarom we dit überhaupt zouden willen: emotionele banden met een robot? Hiervoor moeten we ruimer uitwijden. In haar laatste twee boeken beschrijft robotica-deskundige en psychologe Sherry Turkle hoe mensen door smartphones en sociale media steeds meer geïsoleerd van elkaar worden, hun sociale competenties verliezen (of nooit ontwikkelen) en steeds minder in staat zijn om gevoelens uit te drukken en te duiden zonder de hulp van emoticons.

Generatievorser Jean Twenge stelt dat jongeren, die na 1995 geboren zijn (de "IGen"), dus de eerste generatie die haar tienerjaren met smartphone en sociale media doorgebracht heeft, radicaal verschilt van vroegere generaties. Twenge komt tot gelijkaardige conclusies als Turkle en observeert dat jongeren vandaag door de voortdurende druk voor zelf-presentatie op sociale media tot narcisten zonder zelfvertrouwen groeien en constant hunkeren naar bevestiging door likes en followers. Tegelijkertijd worden ze zelfs bang om met echte mensen in face-to-face te interageren en kiezen daarom minder "opdringerige", minder confronterende methodes van communicatie.

Delen

Wanneer vervangen we onze vrienden door robots?

Als socioloog zie ik precies hier een antwoord op de vraag waarom mensen sociale robots als mogelijke vervanger van tussenmenselijke vriendschap beschouwen. Mensen hebben een aangeboren 'nood aan verbondenheid', een sterk verlangen ergens bij te horen en gewaardeerd te worden. Voortdurende eenzaamheid kan ons depressief maken en ernstige lichamelijke ziekten veroorzaken. In tegenstelling met vroegere maatschappijen ligt de klemtoon vandaag op individualiteit en 'personal branding', terwijl gemeenschapsgevoel en solidariteit achteruitgaan - een hypothese die sociaalwetenschapper Robert Putnam al 20 jaar geleden heeft bevestigd.

Losgekoppeld van hun wortels in gemeenschap en familie zijn mensen vandaag vaak op zichzelf gesteld als individuen die moeten functioneren en presteren op allerlei competitieve markten. Tegelijkertijd dat mensen minder in elkaar vertrouwen, vertrouwen ze meer op de technologie, zeker als de technologie dankzij tracking en intelligente algoritmes informatie en entertainment op maat kan bieden.

Voor bepaalde hedendaagse sociale robots en AI's (bv. digitale assistenten) is het al mogelijk om zich aan te passen aan de persoonlijkheid, voorkeuren en afkeren van de gebruiker. Tegen deze achtergrond beloven digitale vrienden de technologische oplossing voor het soort psychosociale problemen die door (gebrek aan) tussenmenselijke relaties ontstaan.

Vandaag de dag is het technologisch nog niet - en misschien nooit - mogelijk dat de toestellen zélf kunnen voelen (zoals de AI in de bekende film "Her" van 2013), maar in de praktijk is dit ook niet belangrijk. Belangrijk is daarentegen dat ze "sociaal evocatief" zijn, dus - by design - sociaal gedrag vanwege de gebruiker uitlokken. Onderzoek toont aan dat het voor veel gebruikers niets uitmaakt of een robot oprecht emotioneel en sociaal is zolang ze maar dat gevoel hebben tijdens de interactie. Kinderen die met de robotdieren interageerden voelden kameraadschap en beleefden de machines of programma's als 'levendig genoeg'.

Levendig genoeg

Sociale robots zijn 'levendig genoeg' om ons het gevoel te geven niet alleen te zijn, voor iemand nodig en ook verantwoordelijk te zijn. Maar voor psychologe Turkle is de uitdrukking 'levendig genoeg' een alarmsignaal dat er iets grondig misloopt en mensen het gevoel voor elkaar verliezen. Het betekent namelijk omgekeerd dat 'echte' mensen 'te levendig' zijn als interactiepartner. Echte mensen hebben eigen gevoelens, eigen noden, zijn soms ziek of ze willen dat men naar hen luistert zonder permanent op de smartphone te kijken.

Interactie met echte mensen betekent het constante risico om teleurgesteld of gekwetst te worden. Voorspelbaarheid door slechts geprogrammeerde AI in de robot geeft daarentegen troost en het gevoel van veiligheid voor mensen die bang zijn voor echte conversaties. Het vooruitzicht van kunstmatige kameraden lijkt nog attractiever omdat robots, als gedesignde machines, er altijd voor ons zullen zijn wanneer we ze nodig hebben. Ze luisteren naar onze gejammer en beklag de hele dag (of batterijduur) lang en als ze ons ooit zouden lastig vallen met hun eigen emoties of stemmingswisselingen, kunnen we ze nog gewoon uitschakelen - zó levendig zijn ze dan ook weer niet.

Zoals gezegd: we zijn nog niet lang zo ver en ik voorspel ook niet dat iedereen liever een robot dan een echte mens als kameraad zou hebben. Maar als de geschiedenis van de technologie één ding aantoont, dan is het dat wanneer iets technisch mogelijk is het ook gedaan wordt. Dus wanneer de IGen oud is, zullen robotvrienden zeker niets ongewoons zijn. Gaat er niets verloren als we ons tevreden stellen met synthetische emoties en geëmuleerde socialiteit? Waarschijnlijk wel, maar we eten soms toch ook kant-en-klaarmaaltijden uit de microgolf, net zoals we naar reality-TV kijken, of elkaar cadeaubonnen als geschenk geven?

In het boek Homo Roboticus (VUBpress 2019) en de boekvoorstelling in Opera De Munt op 7 februari discussiëren we verder de sociale kant van robots in ons dagelijks leven en maatschappij. Voor meer info: homo-roboticus.be