Het is goed dat ik tweemaal Coppers' nieuwste gelezen heb, want ik beken dat ik na de eerste lectuur een wat wrange smaak in de mond had. Het leek me een onmogelijke krachttoer, het verleden van Liese Meerhout opnieuw opdiepen in de cel kunstmisdaad en haar verhouding met Simon en zijn antiquariaat, dat koppelen aan de magie en de hocus pocus van hedendaagse nepkerken, aan wetenschappelijke doorbraken én bijgeloof tegelijk, aan een liefdescrisis en aan een gezinsdrama. Het was wat veel voor een vloeiend verhaal, het was dansen op een wel heel slappe koord, en ik kon me niet van de indruk ontdoen dat de danser af en toe weggleed en dreigde neer te storten. Maar
...