Op 3 oktober 2017, intussen bijna een jaar geleden, sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zich uit rond de praktijk van onmiddellijke push backs door de Spaanse Guardia Civil in het grensgebied tussen Marokko en de Spaanse enclave, Melilla. Het Hof moet waken over de toepassing van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Delen

Het huidige migratiemodel van Europa is doorspekt van chronisch uitstelgedrag.

Twee mannen uit respectievelijk Mali en Ivoorkust, werden meteen terug de grens overgezet door de Spaanse autoriteiten, na een poging de uit drie hekken bestaande grensovergang over te steken, als deel van een groep van 80 migranten. In Marokko werd de groep 300 kilometer landinwaarts gereden en achtergelaten. Door een gebrek aan identificatie van de migranten, noch toegang tot de geijkte procedures, besloot het Hof dat de uitzetting een schending was van het recht op een effectief rechtsmiddel in combinatie met het verbod op collectieve uitzetting.

In een opiniestuk twee weken geleden luidden enkele politici de alarmbel: het Hof zou in dit arrest de Europese grenzen hebben opengezet. Naar de precieze redenering achter de timing van het stuk, een jaar na datum van de uitspraak, is het gissen. Wat we wel weten is het volgende: het Hof zei in dit arrest in principe niets nieuws. Het is een loutere toepassing van rechtspraak die teruggaat tot Amuur v France (1996). De waarborgen die samengaan met het uitoefenen van controle door de staat (en zijn agenten) kunnen niet worden ontlopen door te stellen dat een bepaald incident zich niet heeft afgespeeld op het territorium van de staat.

Het Hof bevestigde meermaals het recht van elke staat te beslissen wie zijn territorium binnenkomt, al dan niet om zich daar te vestigen, maar dan wel volgens de regels van het spel (individuele beoordeling en mogelijkheid tot aanvechten uitwijzingsbeslissing) Deze principes zijn trouwens niet eigen aan de Europese rechtsorde of een blijk van rechterlijk activisme. Dit zijn internationaalrechtelijke principes die dateren van lang voor het mensenrechtendiscours.

Kunnen we na het arrest spreken over open grenzen? Neen, want zelfs al bereikt men het Europese territorium, dient men nog steeds achteraan de wachtrij aan te sluiten - zonder enige garantie op slagen.

Delen

Wie het Europese territorium bereikt dient nog steeds achteraan de wachtrij aan te sluiten.

Instellingen, zoals het EHRM, of andere experts uit het veld bij elke uitspraak te pas of te onpas in het kamp van de open- of de gesloten grenzen plaatsen, is allesbehalve nuttig. Het legt actoren die een taak te vervullen hebben in het nadenken over hoe we migratie kunnen organiseren, het zwijgen op. Het creëert de idee dat er geen middenweg is. Bovendien neemt het de aandacht weg van het grotere plaatje en bestendigt het zo de stagnatie in het ontwikkelen van een langetermijnbeleid voor migratie of doet geloven dat het wegnemen van die actoren een oplossing an sich zou vormen.

Lapmiddeltjes

Deze zaak toont namelijk wondermooi aan hoe weinig efficiënt de huidige Europese aanpak is. Mobiliteit trachten te beslechten zonder alternatief, zoals migranten onderscheppen en 300 kilometer landinwaarts afzetten in de hoop dat ze niet meer terugkomen is van hetzelfde naïeve hout gesneden als Amerikaanse kampen waar ze homoseksualiteit met gebed willen 'genezen': het gaat niet om een probleem dat dient te worden 'opgelost', maar een objectieve werkelijkheid die men dient te mainstreamen in het beleid.

Delen

De twee migranten uit het arrest slaagden er uiteindelijk toch in de enclave te bereiken.

Er wordt over het hoofd gezien dat een beslissing om te migreren een weloverwogen beslissing is, ingegeven door een heel resem aan factoren, waarop men niet zomaar bij de eerste tegenslag terugkomt. Enige tijd later slaagden de twee migranten er namelijk toch in de enclave te bereiken. Spanje heeft het probleem van die aanpak intussen ingezien. Na de regeringswissel in juni 2018 kondigde de nieuwe minister van Justitie aan het beleid - inclusief de push-backs - te zullen herbekijken.

Ook in het Europese terugkeerbeleid zien we de nefaste gevolgen van deze inefficiëntie. Beleidsmakers zijn gefixeerd op het opkrikken van de terugkeercijfers zonder evenveel aandacht te besteden aan de duurzaamheid van de terugkeer. Zo spreekt ECRE van toenemend bewijs, in het bijzonder uit Afghanistan, dat een gebrek aan re-integratievooruitzichten, uitgewezenen terugleidt naar Europa.

Verder stelde een studie van het Britse Overseas Development Institute (ODI) in 2016 dat Europa de twee voorgaande jaren naar schatting 17 miljard euro besteedde aan strengere grenscontroles en bilaterale akkoorden rond grenscontrole en uitwijzing. In Spanje alleen zou het gaan om 896 miljoen euro aan publieke gelden over het laatste decennium. Een kleine groep van 10 bedrijven beheert daar meer dan de helft van dat bedrag. Dezelfde bedrijven die ook meeschrijven aan EU-rapporten inzake de toekomst van veiligheid in de Unie.

Dezelfde studie merkte op dat 2016 dalende cijfers kende (van 1 007 492 geregistreerde aankomsten via de Middellandse Zee in 2015 naar 363 000 (IOM, 1 juni 2017)), maar tegelijk nog steeds werd gekenmerkt door een hoog aantal asielaanvragen (1 204 280 in 2016 volgens Eurostat). In plaats van een volledige drooglegging, is er dus een belangrijke verschuiving naar nog meer clandestiene routes. Critici klagen aan dat het politici en bedrijven wel heel goed uitkomt dat het grote publiek verschrikt mee op de kar springt, zonder een oplossing te eisen die ook werkt op lange termijn.

Delen

Aan ideeën geen gebrek, maar helaas haalden deze het eindresultaat niet.

Het huidige model is doorspekt van chronisch uitstelgedrag. Experts hamerden er al meermaals op dat de huidige chaos net het gevolg is van het feit dat de Europese grenzen quasi potdicht zijn zonder tegelijk te investeren in een duurzaam mobiliteitsplan. Dit kwam recent nog aan bod op de VN-Vluchtelingentop van 19 september 2016 in New York waar regeringsleiders bijeenkwamen en besloten tot het aannemen van een Migratie- en Vluchtelingencompact.

Aan ideeën geen gebrek, trouwens, dat bleek uit de voorbereidende consultaties met het middenveld en de academische wereld. Helaas haalden deze het eindresultaat niet en zo draaiden de onderhandelingen uit op een afspiegeling van het huidige Europese crisismodel.

Die politieke hardleersheid is begrijpelijk, maar zal vroeg of laat toch dienen te worden ingeruild voor systematische, pragmatische en efficiënte oplossingen op Europees én wereldniveau die tegelijk het onontkoombare karakter van mobiliteit erkennen.