De Europese Commissie organiseerde van begin juli tot midden augustus een openbare consultatie waarin burgers zich online mochten uitspreken over de zin of onzin van de omschakeling tussen winter- en zomeruur. Meer dan 4,6 miljoen Europeanen namen deel, een absoluut record voor de openbare consultaties die de Commissie regelmatig op touw zet. 84 procent sprak zich uit tegen de halfjaarlijkse switch. De meeste van de respondenten verkozen daarnaast onafgebroken in de zomertijd te leven, dus twee uur voor Greenwich Mean Time. Klein detail: zo'n drie miljoen antwoorden kwamen uit Duitsland. De consultatie is dus moeilijk representatief te noemen.

Toch was dit voor voorzitter Jean-Claude Juncker voldoende om te beslissen dat het gedaan moet zijn met dat gemorrel met de tijd. Als het aan de Commissie ligt dat is de laatste verplichte omschakeling naar de zomertijd in de EU op zondag 31 maart 2019. Daarna kiezen de lidstaten zelf of ze verder willen gaan in de zomertijd of in de wintertijd. De landen die permanent voor de wintertijd kiezen, zouden op zondag 27 oktober hun klok een laatste keer achteruit zetten.

Dat de afschaffing van de omschakeling een goede zaak is betwisten weinigen. Biologisch gezien heeft een uurwisseling nadelige gevolgen. Het slaapritme wordt verstoord. Slaapstoornissen, die sowieso een veelvoorkomend probleem zijn in het Westen, worden maar liefst tien keer erger. Uit onderzoek blijkt dat de eerste week na een uurwisseling de minst productieve is. Vooral baby's en bejaarden hebben het moeilijk om hun ritme aan te passen.

Het aantal hartaanvallen stijgt met 25 procent op de maandag na de overschakeling op de zomertijd. Een kwart meer patiënten moet op die dag gedotterd worden, in vergelijking met een willekeurige andere maandag. Dat blijkt een onderzoek uitgevoerd door de University of Colorado in Denver. Maandagmorgen is sowieso al een piek wat hartaanvallen betreft. Er is de stress die te maken heeft met de nieuwe werkweek en ook het verschil tussen het slaapritme in het weekend en in de week. Maar het verzetten van de klok is dan ook nog eens te vergelijken met een jetlag. Door het uur tijdverschil, voelen we ons wat moeër. De extra sterftes door de zomertijd worden in de herfst echter opnieuw ingehaald. In oktober zijn er op de maandag na de invoering van de wintertijd, minder hartaanvallen.

Canadees onderzoek uit 1996 in de New England Journal of Medicine stelt dat het aantal verkeersongevallen gemiddeld met 8 procent toeneemt de maandag na het zomeruur. Het feit dat we in de zomertijd 's ochtends langer in het donker rijden en avondfiles meer op de warmste momenten van de dag plaatshebben, zijn wellicht geen goede zaak voor de veiligheid en - in het laatste geval - de luchtvervuiling. Het effect van de zomertijd op het aantal verkeersongevallen verschilt echter van land tot land. In Zweden werd er geen verschil opgemerkt, aldus een studie uit 2000.

Je komt de maandag na de overgang beter ook niet voor een rechter te staan. Zo geven rechters die bepaalde dag straffen die 5 procent langer zijn, aldus een recent onderzoek in het vakblad Psychological Science.

De landbouwsector ervaart eveneens problemen door de tijdsverandering. Planten en dieren hebben namelijk hun eigen biologische klok die samenhangt met het zonneritme en niet met het zomeruur. Het melken van koeien bijvoorbeeld, gebeurt na de omschakeling naar het zomeruur een uur vroeger, met een lagere melkproductie tot gevolg.

Oorsprong zomeruur

Het idee om de tijd een uurtje vooruit te draaien in de aanloop naar de zomer ontstond in jaren 1780. De Amerikaanse politicus en fysicus Benjamin Franklin pleitte voor een uurwisseling in de hoop kaarsen te besparen. Maar er werd niet op ingegaan.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, op 30 april 1916 om precies te zijn, besliste het Duitse Keizerrijk, samen met bondgenoot Oostenrijk-Hongarije, om als eerste land ter wereld officieel de zomertijd in te voeren. Bedoeling was om kolen te besparen in oorlogstijden. De door Duitsland bezette landen volgden snel, alsook Groot-Brittannië. Maar toen de oorlog voorbij was, verdween ook de zomertijd. Ze werd echter opnieuw ingevoerd in de Tweede Wereldoorlog om dan opnieuw te verdwijnen.

Op 25 september 1977 kreeg de zomertijd naar aanleiding van de oliecrisis voorgoed een plek in eigen land, en later ook in de rest van Europa. Sinds 1996 loopt de zomertijd (onder druk van de Britten) zelfs tot het laatste weekend van oktober.

Dat er over de afschaffing van de omschakeling min of meer overeenstemming is, neemt niet weg dat de klus geklaard is. Want, wat is te verkiezen: de zomer- of de wintertijd? Veel mensen opteren voor de zomertijd omdat het dan zogezegd 'een uur langer licht' is, maar dat is collectief zelfbedrog. We staan gewoon een uur vroeger op en het is net daar waar wetenschappers voor waarschuwen. Zo ook de Duitse chronobioloog Till Roenneberg, die verbonden is aan het Instituut voor Medische Psychologie in München. Hij meent dat een eeuwigdurende zomertijd ons bioritme voor altijd overhoop zal gooien en dat de kans op diabetes, depressie, slaap- en leerproblemen zal toenemen. 'Wij Europeanen worden dikker, dommer en knorriger', aldus Roenneberg in de krant Westfalenpost.

Delen

'Als Commissievoorzitter Juncker gezegd had dat we het hele jaar door een uur vroeger moeten gaan werken, want dat is eigenlijk wat de zomertijd is, zouden de mensen de straat op gekomen zijn.'

Till Roenneberg, chronobioloog

'In een eeuwigdurende zomertijd moet men op meer dagen opstaan terwijl het buiten nog pikdonker is', verklaart Roenneberg. 'Elk land dat dat niet doet, zal ons academisch inhalen, want het zijn vooral scholieren en studenten die worden getroffen omdat leren ernstig wordt beperkt als er niet genoeg slaap is. Op de leeftijd van ongeveer 20 jaar is de behoefte aan slaap het grootst. Rusland heeft ooit geprobeerd om de zomertijd permanent in te voeren en heeft dus gefaald', aldus Roenneberg.

Roenneberg hekelt het feit dat de online enquête zonder uitleg werd afgenomen. 'Als Commissievoorzitter Juncker gezegd had dat we het hele jaar door een uur vroeger moeten gaan werken, want dat is eigenlijk wat de zomertijd is, zouden de mensen de straat op gekomen zijn.'

Roenneberg pleit samen met de Duitse Vereniging voor Slaaponderzoek en Slaapgeneeskunde (DGSM) voor een permanente 'normale' tijd zoals de voorbije winter, die het meest overeen komt met onze slaap-waakcyclus. In plaats van een zomertijd pleit de chronobioloog daarnaast voor glijdende werkuren in de zomer. Zo kan je zelf beslissen of je een mooie zomerdag een uurtje vroeger gaat werken. 'Vaste werktijden zijn tegenwoordig nog maar in heel weinig sectoren nodig', meent Roenneberg. 'Een verandering op het vlak van werkuren is hier veel belangrijker dan onze haast om de zomertijd het hele jaar door in te voeren.'