'Waarom draaien voedingswetenschappers toch zo vaak hun kazak?' Onder die kop en om klaarheid te scheppen ging Het Laatste Nieuws onlangs te rade bij Katia Van der Auwera. Zij is 'natuurdiëtiste in Mol, maar ook een ingenieur voeding die 15 jaar in de voedingsindustrie werkte'.

'Je hoort weleens verzuchten "een mens mag niks meer eten", alsof er over alles ruzie is, maar dat is niet zo', zei Van der Auwera. 'De onenigheid spitst zich vooral toe op bewerkte voedingsmiddelen, veel minder op onbewerkte.' Je hebt bijvoorbeeld 'voeding die zo hard geraffineerd of veranderd is, dat ze amper nog lijkt op het basisingrediënt. Kippenwit heeft amper nog met kip te maken, salami staat al ver van rood vlees af. Dát is de voeding die omstreden is, maar er is ook heel veel onbesproken: noten, peulvruchten, paddenstoelen, groenten...'

Het nieuwe product is in het gesloten pakje tot enkele weken houdbaar, en de voedingswaarde is nagenoeg gelijk.

Salami, kalkoensalami bijvoorbeeld, kan inderdaad ook van wit vlees - gevogelte - gemaakt zijn. Maar heeft kippenwit 'amper nog met kip te maken'?

Van der Auwera bedoelde het niet letterlijk zo, nuanceert ze tegenover Knack. 'In kippenwit zit wel degelijk kippenvlees, maar er zitten ook veel extra's - additieven - in die helemaal niet van de kip afkomstig zijn, om ze bewaarbaar en smaakvoller te maken. Lactose bijvoorbeeld, waardoor mensen met allergieën of intoleranties maar beter erg voorzichtig zijn met al die verwerkte producten.'

Uit hoeveel kippenvlees kippenwit moet bestaan, is niet wettelijk vastgelegd. 'De algemene regel is dat de verkoopsbenaming niet misleidend mag zijn', zegt Johan Verbelen (FOD Economie). 'Concreet: heet je product kippenwit, dan moet er kippenvlees in, én dan moet erop vermeld staan om hoeveel procent het gaat. Maar er is geen vastgelegd minimumpercentage.'

In de praktijk bestaat kippenwit - verschillend naargelang prijs en merk - uit minstens 80 en meestal 90 à 95 procent kippenvlees, zegt bio-ingenieur Stefaan De Smet (UGent), die gespecialiseerd is in vleesproductie en -kwaliteit. 'Dat is niet altijd zuiver en alleen borst- of dijvlees, wel altijd vlees van kippen - ook restantjes die machines nog van het karkas krijgen, bijvoorbeeld. Maar geen ogen, organen of vermalen botjes of zo. Dat is een mythe.'

Vleeswarentechnologe Ilse Fraeye (KU Leuven) noemt dezelfde cijfers en beschrijft het productieproces. 'Aan de in brokjes gehakte kip worden zout en een paar andere ingrediënten toegevoegd, plus water, zodat die additieven kunnen worden opgenomen. Daarna wordt het mengsel in een vorm gebracht en gepasteuriseerd - verhit en afgekoeld.'

Een kipfilet blijft maar een paar dagen vers, zegt Fraeye. 'Het nieuwe product is in het gesloten pakje tot enkele weken houdbaar, en de voedingswaarde is nagenoeg gelijk. Kippenwit is mager, voedzaam en veel gezonder dan pakweg choco op je boterham.' (Meer info)

Toch is Katia Van der Auwera bezorgd over de - vaak als E-nummers vermelde - additieven. 'Wat nu veilig lijkt, is dat daarom over een paar jaar niet meer', voert ze aan. Houdt dat steek? 'Ben je bang, eet er dan minder van', suggereert voedingswetenschapper Theo Niewold (KU Leuven). 'Maar wetenschappelijk is er geen enkele reden toe. Die additieven worden net goed gecontroleerd.'

En ook herbeoordeeld, zegt Christine Vinkx, specialiste bij de FOD Volksgezondheid. 'Uiteraard evolueert kennis met de tijd. Net daarom investeren we permanent in nieuw onderzoek, waarna er nieuwe wetgeving en almaar strengere normen komen. Wat de consument eet, moet gewoon veilig zijn.'

Conclusie

Omdat kippenwit in de regel uit 80 tot 95 procent kippenvlees bestaat, beoordeelt Knack de slip of the tongue als onwaar.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be