Toen de grenzen van Kongo-Vrijstaat werden afgebakend, wist Leopold II niet precies wat hij zou aanvangen met Katanga, de regio in het zuidoosten van het gigantische gebied dat hij had verworven. Niemand kon immers vermoeden welke bodemschatten de Katangese ondergrond herbergde. Al waren er wel aanwijzingen dat er heel wat te rapen viel in het gebied. Europese expeditieleiders maakten in hun reisverslagen melding van koper- en goudvoorraden en inheemse volkeren ontgonnen er al eeuwen de oppervlaktelagen, op zoek naar koper. Ze gebruikten het erts om sieraden, gereedschap of munten te maken.
...